Deel deze pagina

Verzenden

Blootstelling aan cadmium: concentraties in bloed van jongeren

Cadmium (Cd) behoort tot de zware metalen en is van nature aanwezig in de aardkorst, vaak geassocieerd met zink-, lood- en koperertsen. Belangrijke door de mens veroorzaakte bronnen zijn de non-ferro industrie (historische vervuiling in de Noorderkempen, Hoboken en Olen), de verbranding van fossiele brandstoffen, sigarettenrook en sommige meststoffen. Cadmium wordt ook gebruikt in de productie van nikkel-cadmium batterijen, geel tot rode pigmenten, coatings en legeringen.

Mensen worden blootgesteld aan Cd via voeding en lucht. In tegenstelling tot lood (Pb), absorberen planten vlot Cd waardoor het in de voedselketen accumuleert. Dit is vooral het geval bij bladgroenten en orgaanvlees van vee uit vervuilde gebieden. Maar ook inname van met Cd aangereikt stof of bodem kan tot verhoogde blootstelling leiden. Na opname in het lichaam, via de darm en de longen, stapelt Cd zich op in de nieren. Verhoogde blootstelling verstoort nier- en hormoonwerking en verzwakt het beendergestel (bij zeer hoge blootstelling: Itai-Itai ziekte in Japan). Langdurige blootstelling via de lucht (o.a. roken) kan leiden tot longkanker: Cd werd door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) geklasseerd als kankerverwekkend voor de mens.

Deze indicator toont cadmiumconcentraties in bloed van jongeren tijdens drie Vlaamse Humane Biomonitoringscampagnes (FLEHS I, 2002-2006; FLEHS II; 2007-2011 en FLEHS III; 2012-2015). Het geometrisch gemiddelde (GM) wordt gehanteerd als maat voor de gemiddelde blootstelling. Cadmium in bloed weerspiegelt de opname in het lichaam gedurende de laatste drie à vier maanden (plus de gecumuleerde blootstelling). Trends in Cd-concentraties worden besproken aan de hand van gezondheidskundige toetsingswaarden (GTWs) afgeleid voor niet-kankereffecten (effecten op de nierfunctie). Hoewel Cd kankerverwekkend is, zijn geen bruikbare gegevens voorhanden om een gezondheidskundige toetsingswaarde af te leiden.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Figuren

Blootstelling aan cadmium: concentraties in bloed van jongeren (FLEHS I-III)

Bron: MIRA op basis van VITO



Verloop

Gemiddelde bloedcadmiumconcentraties in jongeren dalen

Het geometrisch gemiddelde (GM) van Cd lag 38 % lager tijdens FLEHS II en III dan tijdens FLEHS I. Tussen de tweede en de derde campagne blijft het GM ongeveer gelijk. Opvolging blijft echter nodig om te bekijken of er sprake is van een duidelijke trend.

Cadmiumconcentraties in de omgevingslucht overschrijden de EU-streefwaarden in enkele industriegerichte meetplaatsen in Vlaanderen. Ook namen Cd-emissies naar de lucht tijdens 2000-2014 niet af. Vanaf 2010 is er zelfs een stijging, o.a. door de metaalindustrie en een groter aandeel van de papierindustrie en huishoudens door toename van hernieuwbare brandstoffen (hout). In Vlaanderen gelden voor Cd streefwaarden en saneringsnormen (bodem en grondwater), kwaliteitsnormen (oppervlaktewater, drinkwater), richtwaarden (waterbodems), grenswaarden (lucht) en Europese maximumwaarden (voedingsmiddelen).

Verhoogd risico op niereffecten bij klein aantal deelnemers

Het percentage cadmiumwaarden die boven de bovenste gezondheidskundige toetsingswaarde (bovengrens GTW) ligt, daalde van 22 % (FLEHS I) naar ruim 3 % (FLEHS II) en ruim 4 % (FLEHS III) van de deelnemers (oranje balken). Een beperkte en kleiner wordende groep deelnemers heeft dus een verhoogd risico op niereffecten: opvolging, bronnenanalyse en blootstellingsreductiemaatregelen zijn aan te raden. Omgekeerd, ook het percentage deelnemers waar waarschijnlijk geen nadelige niereffecten te verwachten zijn, wordt kleiner (van 13,8 % in FLEHS I tot 0,5 % in FLEHS III). Frequenties onder de ondergrens GTW dienen met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden, o.a. omdat de detectielimiet voor Cd dichtbij de ondergrens GTW ligt.

Voor merendeel deelnemers zijn effecten op de nieren niet uit te sluiten

Het grootst aantal deelnemers bevindt zich in de zone tussen de onder- en bovengrens GTW (gearceerde balken), en hun aandeel stijgt van 64 % (FLEHS I) naar 94 % (FLEHS II) en 95 % (FLEHS III). Deze zone weerspiegelt de onzekerheid op de toetsingswaarden en bakent de grens af tussen de laagst en hoogst beschikbare toetsingswaarde. Er is wel een verschuiving zichtbaar naar cadmiumwaarden dichtbij de laagste GTW (FLEHS II en III), zoals ook blijkt uit de daling van het GM.

Preventieve maatregelen nodig in hotspotgebieden

Om de blootstelling aan zware metalen (o.a. cadmium, maar ook lood en arseen) via lokale zelfgeteelde voeding te reduceren werd een Code van Goede Praktijk opgesteld met aanbevelingen: http://www.gezonduiteigengrond.be/. Ook de interactieve cadmium webtool (http://www.cadmiumwebtool.be/) geeft advies aan inwoners uit de Noorderkempen hoe ze hun blootstelling aan cadmium kunnen beperken. Specifieke tips voor verschillende doelgroepen zijn eveneens beschikbaar (kinderen, zwangere vrouwen, volwassenen en ouderen), alsook informatiebrochures voor scholen.

 

Meer info

Alle info in deze fiche is gebaseerd op het onderzoeksrapport Ontwikkeling van milieu-indicatoren gebaseerd op Humane Biomonitoringsresultaten in Vlaanderen. Details over de afleiding van de gezondheidskundige toetsingswaarden zijn te vinden in bijlage 2 van het rapport.

Het opzet van FLEHS I was verschillend van FLEHS II en III. In FLEHS II en III lag de nadruk op het identificeren van referentiewaarden voor Vlaanderen (spreiding van de deelnemers over geheel Vlaanderen), terwijl in FLEHS I metingen gebeurden in acht afgelijnde aandachtsgebieden in Vlaanderen (landbouw, industrie, stedelijk,…) met elk een verschillend type milieudruk. Om de evolutie na te gaan, worden de resultaten van de campagnes naast elkaar gelegd. Hierbij moet rekening gehouden worden met een aantal verschillen in meetmethode.

Meer weten over de blootstellingsmerker cadmium in Vlaanderen

Meer cijfers

.pdf

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht