Deel deze pagina

Verzenden

Evolutie van arbeidsbelastingen en milieugerelateerde belastingen en milieubelastingen per economische activiteit

Vergroening van de belastingen kan worden gerealiseerd op drie manieren: de introductie van nieuwe milieugerelateerde belastingen, het verhogen van de tarieven van bestaande milieugerelateerde belastingen en door het inbrengen van milieuaccenten in bestaande belastingen. 

Onder een milieugerelateerde belasting wordt verstaan: “elke verplichte betaling aan de overheid waar geen duidelijk voordeel tegenover staat, geheven op een belastingbasis die geacht wordt een specifieke milieurelevantie te hebben”. Zowel de Vlaamse als federale belastingen die van toepassing zijn in Vlaanderen werden opgenomen in de indicatoren. 

Om de vergroening van het belastingstelsel op te volgen, worden een aantal indicatoren opgevolgd. Er worden twee hoofdtypes indicatoren opgevolgd die elk uit een aantal deelindicatoren bestaan:

  1. Indicatoren op basis van de overheidsinkomsten uit milieugerelateerde belastingen:
    • Overheidsinkomsten in euro’s,
    • Overheidsinkomsten als % van BBP en totale belastinginkomsten,
    • De verhouding van arbeids- en milieugerelateerde belastingen,
    • Overheidsinkomsten volgens economische activiteit en doelgroep.
  2. Indicatoren op basis van de tarieven van milieugerelateerde belastingen:

    • Individuele tariefindicatoren,
    • Geaggregeerde tariefindicatoren,
    • Tarieven als % van de eindprijs van het milieugoed,
    • Het impliciet belastingtarief op energie en transport.  

Indicatoren geven altijd een reductionistische kijk op de werkelijkheid. Ze zijn aantrekkelijk voor beleidsmakers, omdat ze het mogelijk maken met één of enkele cijfers een realiteit samen te vatten, waaruit vaak automatisch logische beleidsaanbevelingen vloeien. Toch heeft het reduceren van een werkelijkheid in één cijfer een groot nadeel, namelijk dat nuances verdwijnen achter de berekening van de indicator. Daarom is het aan te raden om verschillende types van indicatoren samen te bekijken om een goed beeld te krijgen van de vergroening van het belastingstelsel. De inkomstenindicatoren worden dus best samen bekeken met de tariefindicatoren

De inkomstenindicatoren hebben het voordeel dat ze gemakkelijk bij elkaar kunnen worden opgeteld (uitgedrukt in euro’s), waardoor ze makkelijk kunnen worden uitgedrukt op macroniveau en zich lenen voor internationale vergelijking en evolutie doorheen de tijd.
Dit type van indicator heeft echter ook een belangrijk nadeel: de totale inkomsten zijn steeds het product van een tarief en een hoeveelheid. Door een tariefstijging wordt het gedrag aangepast en wordt er minder vervuild. Dit is een duidelijk voorbeeld van vergroening in ecologische zin. Het is echter onzeker wat er met de totale milieugerelateerde belastinginkomsten zal gebeuren: zullen ze stijgen door het hogere tarief en/of dalen door de lagere hoeveelheid vervuiling of heffen beide effecten elkaar op? Het hangt af van de intensiteit van beide effecten. Een stijging van de indicator, een vergroening van de fiscaliteit, hoeft niet noodzakelijk een vergroening in ecologische zin met zich mee te brengen. Meer vervuiling leidt immers ook tot meer inkomsten uit milieugerelateerde belastingen.

Uw eigen indicatorrapport
Voeg deze fiche toe aan uw eigen 'Indicatorrapport à la carte' door hierboven aan te klikken.
D P S I R

Verloop

Voorlopig geen taxshift van arbeid naar milieu

De aanbeveling van de EU en de OESO aan België om de belastingen te vergroenen, wordt meestal gekoppeld aan de aanbeveling om andere lasten te verlagen en dan vooral de lasten op arbeid, aangezien deze lasten in België relatief hoog zijn.
Om te evalueren in welke mate de belastingen in België en Vlaanderen tegemoet komen aan deze oproep tot het verschuiven van de belastingdruk, worden de twee belastingen uitgedrukt in één indicator. 

Acht van de negen bestudeerde landen (figuur 2) kenden tussen 1995 en 2014 een achteruitgang in de milieubelastingen, Italië is de enige uitzondering. Op vlak van de arbeidsbelastingen is het beeld verdeeld, met zowel stijgingen als dalingen. Zoals verwacht scoort Vlaanderen hoog op arbeidsbelastingen en laag op milieubelastingen. Voorlopig kan niet gesproken worden van een shift van lasten op arbeid naar meer milieubelastingen. 

De verhouding van de twee indicatoren (arbeid versus milieu) kan gezien worden als het potentieel dat een land nog heeft voor een groene belastinghervorming. In Vlaanderen bedraagt de verhouding bijna 14 (of er worden 14 keer zoveel arbeidsbelastingen betaald als milieubelastingen). Vlaanderen staat hiermee op de eerste plaats van de bestudeerde landen, wat wil zeggen dat Vlaanderen nog een zeer groot potentieel heeft op vlak van groene belastinghervorming. 

Mogelijk zal de taxshift in de periode 2015-2019 hier wat verandering in brengen. De taxshift zal hoofdzakelijk een daling van de lasten op arbeid veroorzaken en slechts een heel kleine stijging van de inkomsten uit milieugerelateerde belastingen. Maar in combinatie met de verhoogde bijdrage Energiefonds en de kilometerheffing voor vrachtwagens zou deze indicator wel kunnen wijzigen vanaf 2016.

Huishoudens betalen meer dan de helft van alle milieubelastingen

Deze inkomstenindicator geeft een beeld op wiens schouders de milieubelastingen terechtkomen.
In 2014 betaalden de gezinnen 53 % van alle milieugerelateerde belastingen in België, de bedrijven 45 %. In de laatste vier jaar is er een verschuiving geweest in de richting van de gezinnen, in 2010 was dit 50 %. Mogelijk is dit een gevolg van de fiscale competitie tussen Europese landen, die de laatste jaren harder is geworden. Lidstaten en buurlanden concurreren met elkaar in een ‘race to the bottom’ om meer (internationale) bedrijven naar hun land te lokken. Dit fenomeen beperkt zich niet tot milieugerelateerde belastingen, maar wordt waargenomen in zowat alle belastingcategorieën. Zo zijn ook de vennootschapsbelasting en de sociale zekerheidsbijdragen de laatste jaren gedaald. 

De verschuiving naar de gezinnen is volledig toe te schrijven aan de energiebelastingen. In 2010 betaalden de gezinnen 43,8 % van de energiebelastingen, in 2014 steeg dit naar 48,8 %. Mogelijk zal deze verschuiving zich in de jaren na 2014 nog verder doorzetten, aangezien de verhoogde bijdrage Energiefonds (vanaf 2016) vooral door de gezinnen zal worden betaald.

De bedrijven betalen 45 % van de milieubelastingen. Uit de verdere opsplitsing van milieubelastingen die de bedrijven betalen (figuur 1), blijkt dat iets meer dan een vierde betaald wordt door de transportsector (de sectoren ‘opslag’ en ‘verhuur en lease’ zijn gedeeltelijk aan transport gelinkt, omdat ze activiteiten bevatten zoals ‘diensten in verband met vervoer te land’ of ‘verhuur en lease van vrachtwagens’). 

Meer info

Lees het volledige MIRA-rapport 'Vergroening van het belastingstelsel in Vlaanderen' (Bachus K., 2016) (pdf 2,7 MB)

DPSI-R (de verstoringsketen)

De verstoringsketen is een veelgebruikt analysekader in de internationale milieurapportering. De keten schematiseert de oorzaken tot en met de gevolgen van de milieuproblemen.

Schakel 1 Driving forces (Maatschappelijke activiteiten) de onderliggende oorzaken van de milieuproblemen (productie, consumptie, transport, recreatie, enz.)
Schakel 2 Pressure (Druk) de directe oorzaken van de verstoringen brongebruik (energie, water, ruimte, grondstoffen) emissies (lozingen naar lucht, water en bodem, afval)
Schakel 3 State (Toestand) de resulterende toestand in lucht, water en bodem
Schakel 4 Impact (Impact) een inschatting van de negatieve gevolgen van de milieukwaliteit voor mens, natuur en economie
Schakel 5 Response (Respons) het (beleids)antwoord op deze verstoringen

Indicators



DPSIR-chain

The DPSI-R chain is a frequently used analysis framework in international environmental reporting. The DPSI-R chain outlines the causes to the impacts of environmental problems.

Link 1 Driving forces the underlying causes of environmental problems (production, consumption, transportation, recreation, etc.)
Link 2 Pressure the direct causes of the disturbances from resource use (energy, water, space, materials) and emissions (discharges to air, water and soil, waste)
Link 3 State the resulting state in air, water and soil
Link 4 Impact an estimate of the negative effects of the environmental quality for man, nature and economy
Link 5 Response the (policy) response to these disturbances

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Indicatoren

positieve evolutie Positieve evolutie, met de doelstelling binnen bereik, of gunstige toestand.
onduidelijke evolutie Geen of beperkte evolutie, maar onvoldoende om de doelstelling te bereiken, of neutrale toestand.
negatieve evolutie Negatieve evolutie, verder weg van de doelstelling, of ongunstige toestand.
onvoldoende informatie beschikbaar Onvoldoende informatie.
De toekenning van smileys is geen exacte wetenschap maar veeleer een expertoordeel. Het 'oormerken' van indicatoren houdt onmiskenbaar het gevaar in van te sterke vereenvoudiging. Daarom wil de smiley de lezer vooral aanzetten om de bijhorende indicatorbeschrijving te lezen.

Terug naar overzicht