Het doel van deze indicator is te meten in welke mate er sprake is van een evolutie naar een kringloopeconomie, waarin de verwerking en het hergebruik van grondstoffen zo efficiënt mogelijk geregeld zijn. De indicator is berekend als de verhouding van de hoeveelheid afval aangeboden voor recuperatie (hergebruik, recyclage en compostering, zowel huishoudelijk als primair en secundair bedrijfsafval) tot de totale hoeveelheid afval en emissies (Domestic Processed Output).
Kwantitatieve recuperatiedoelstellingen zijn enkel vastgelegd voor welbepaalde afvalstromen. In 2003 werd 11 à 15 % van de materialen uit de totale hoeveelheid afval en emissies voor recuperatie aangeboden. Dit is slechts een lichte vooruitgang ten opzichte van 1995. Het effect van maatregelen om recuperatie aan te moedigen, zoals de selectieve inzameling van huishoudelijk afval en het inzetten van bouw- en sloopafval als alternatief voor oppervlaktedelfstoffen, is beperkt ten opzichte van de totale hoeveelheid afval en emissies. Het grootste verlies aan materialen komt van grondstoffen die als CO2 de lucht worden ingeblazen of in de vorm van mest in de bodem terechtkomen. Om de intensiteit van materiaalrecuperatie te verhogen, moeten dus ook meer maatregelen genomen worden om de niet-recupereerbare emissies terug te dringen.
Laatst bijgewerkt
December 2005