Om haar economie te doen draaien, onttrekt Vlaanderen wereldwijd primaire grondstoffen aan het milieu. Een deel van deze grondstoffen, de grondstoffenbehoefte of Direct Material Input (DMI), wordt in de vorm van ruwe grondstoffen en (half)afgewerkte producten ingezet in de Vlaamse economie. Het gaat hier zowel om eigen ontginningen als om import. Aan deze grondstoffenbehoefte zijn verborgen stromen verbonden. Dit zijn primaire grondstoffen die geen economisch nut kennen maar wel het milieu belasten. Voorbeelden zijn erosie bij landbouw en grondlagen die afgegraven worden bij ertswinning. De som van de grondstoffenbehoefte en de verborgen stromen is de totale grondstoffenbehoefte of Total Material Requirement (TMR).
Om de totale grondstoffenbehoefte te verminderen, is het nodig de verborgen stromen zo sterk mogelijk te reduceren.
Aan import zijn aanzienlijk meer verborgen stromen verbonden dan aan eigen ontginningen: 74 % van de totale grondstoffenbehoefte uit import zijn verborgen stromen, voor eigen ontginningen is dat slechts 39 %. De grote verborgen stromen gekoppeld aan import zijn gedeeltelijk eigen aan de ontgonnen grondstof (bv. diamant). Daarnaast speelt ook de vaak lage efficiëntie van ontginning en productie een rol (bv. hoge erosie bij teelten van koffie, cacao en soja). Ontginningen van geïmporteerde grondstoffen zorgen dus waarschijnlijk voor meer milieudruk dan ontginningen in Vlaanderen.
Laatst bijgewerkt
December 2005