De eerste figuur toont dat in 2004 42 % van de totale grondstoffenbehoefte uit eigen ontginningen werd ingevuld door landbouw, 36 % door de verborgen stroom uitgraving voor infrastructuur- en baggerwerken, 22 % door mineralen, en 0,4 % door jacht, bosbouw en visvangst. Meer dan 75 % van de totale grondstoffenbehoefte uit landbouw is bestemd voor de veeteelt. Tussen 1999 en 2004 daalde de totale grondstoffenbehoefte uit eigen ontginningen van 20 naar 15 ton/inwoner. Dit komt door een verminderde baggeractiviteit en een terugval in de ontginning van mineralen.
De tweede figuur toont dat in 2004 61 % van de totale grondstoffenbehoefte uit eigen ontginningen werd ingezet in de economie. De overige 39 % waren verborgen stromen. Die verborgen stromen bestaan voornamelijk uit uitgraving voor infrastructuur- en baggerwerken (90,4 % van de verborgen stromen). Erosie van landbouwgrond is goed voor 6 % van de verborgen stromen, verliezen bij ontginning van mineralen voor 4 %, en discards in de visvangst voor 0,2 %. Zowel bij landbouw als bij ontginning van mineralen is de verhouding opbrengst-verborgen stromen relatief hoog: de totale grondstoffenbehoefte uit landbouw omvat 95 % opbrengst en 5 % verborgen stromen, de totale grondstoffenbehoefte uit mineralen omvat 93 % opbrengst en 7 % verborgen stromen (zie ook indicator Verborgen stromen). Bij visvangst daarentegen zijn de verborgen stromen bijna drie keer zo groot als de opbrengst.
Laatst bijgewerkt
December 2005