In 2004 bestond de grondstoffenbehoefte (DMI) voor 21 % uit eigen ontginningen en voor 79 % uit import. De eerste figuur toont dat 32 % van de grondstoffenbehoefte werd ingevuld door fossiele brandstoffen, 26 % door biomassa, 19 % door mineralen, en 10 % door metalen.
Tussen 1993 en 2004 nam de grondstoffenbehoefte geleidelijk aan toe. Dit komt vooral door de toenemende import van fossiele brandstoffen. Ook de import van chemicaliën (onder ‘andere’) en metalen steeg sterk. De tweede figuur toont dat de toenemende grondstoffenbehoefte vooral toe te schrijven is aan onze steeds groeiende export. Ons eigen grondstoffenverbruik (DMC) daarentegen bleef sinds 1995 vrij constant (zie ook indicator Eigen grondstoffenverbruik).
Laatst bijgewerkt
December 2005