De vermestende emissie van de landbouw omvat de emissie naar lucht, water en bodem van vermestende stikstof en fosfor. Deze indicator omvat de vermestende emissie uitgestoten door landbouwactiviteiten op Vlaams grondgebied. Hiermee wordt een totaalbeeld gegeven van de milieudruk van de landbouw voor het thema vermesting.
De vermestende emissie van de landbouw daalde van 53 Meq in 1990 tot 7 Meq in 2009. Deze forse afname is zichtbaar bij zowel stikstof (N) als fosfor (P). De afname bij fosfor is nog groter dan bij stikstof. De afname wordt verklaard door de grote daling in het overschot op de bodembalans, afname van de emissie van ammoniak en stikstofoxides en de afname van de belasting van het oppervlaktewater. Dat is dan weer het gevolg van een vermindering van het aantal dieren (varkens, rundvee en pluimvee), een lagere stikstofinhoud van het voeder, een dalend kunstmestgebruik, hogere gewasopbrengsten en stijgende mestverwerking. Voor een verdere verklaring kan je terecht bij de afzonderlijke indicatoren.
In 2009 had de landbouw een aandeel van 51 % in de vermestende emissie van stikstof en fosfor in Vlaanderen. Daarmee is de landbouw nog steeds een belangrijke vervuiler, omdat andere sectoren in de periode 1990-2009 ook hun emissie konden terugdringen.
De belangrijkste milieumaatregelen die vandaag lopen om deze emissie te beperken maken deel uit van het mestbeleid, het integraal waterbeleid en het luchtbeleid. In elk van deze beleidsthema’s zijn afzonderlijke doelstellingen geformuleerd voor lucht, water en bodem. De toetsing aan doelstellingen gebeurt ter hoogte van de indicatoren overschot bodembalans, nitraatconcentratie in oppervlaktewater en grondwater, ammoniakemissie en belasting oppervlaktewater
Laatst bijgewerkt
Januari 2012