Download Pdf Print
geen 

Overschot op de bodembalans van de landbouw

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up

De bodembalans van de landbouw bestaat aan de inputzijde uit de hoeveelheden nutriënten  die de landbouwbodem binnenkomen: mest, atmosferische depositie, biologische stikstoffixatie, zaaigoed. De outputzijde bestaat uit de hoeveelheden die de landbouwbodem verlaten: nutriënten opgenomen door planten, de ammoniakemissie uit de bodem en de overige emissies naar het milieu die via de landbouwbodem passeren. Deze laatste stroom is het overschot op de bodembalans en is een indicator voor het potentieel verlies van nutriënten uit de landbouwbodem naar het milieu.

Figuren

Bodembalans van de landbouw (Vlaanderen, 2009)
Bron: AMS-MIRA

Cijfers en figuur in Excel.
Overschot op de bodembalans van de landbouw (Vlaanderen, 1990-2009)
Bron: 1990-2007: ILVO - 2007-2009: AMS-MIRA

Cijfers en figuur in Excel.
Overschot op de bodembalans stikstof van de landbouw (Vlaanderen per bekken, 2009)
Bron: AMS, MIRA

Cijfers en figuur in Excel.
Overschot op de bodembalans fosfor van de landbouw (Vlaanderen per bekken, 2009)
Bron: AMS, MIRA

Verloop

Doelstellingen 2010 al gehaald in 2007

De doelstelling voor 2010, zoals bepaald in het MINA-plan 3+ (2008-2010), bedraagt 70 kg stikstof/ha. Deze doelstelling is afgeleid uit de kwaliteitsnorm (50 mg nitraat/l) voor drinkwater. Als indicatieve doelstelling of referentiewaarde (2010) voor fosfor werd 3,6 kg fosfor/ha vooropgesteld (MIRA-S 2000).

In de periode 1990-2007 is het overschot gedaald met 68 % voor stikstof (N) en met 95 % voor fosfor (P) ten opzichte van 1990. Dit komt door de afname van de veestapel, het verminderd kunstmestgebruik, de toenemende mestverwerking, de lagere nutriënteninhoud van het voeder en de toename van de gewasafvoer door productiviteitsstijgingen. In de periode 2007-2009 zette de daling zich verder door met 38 % voor N. Voor P veranderde het overschot in een tekort. Deze verdere daling is het gevolg van het gestegen areaal nateelten en een verder afnemend gebruik van kunstmest.

Daarmee daalt het overschot significant onder de doelstelling 2010 (MINA-plan 3+, 2008-2010) van 70 kg N/ha en de referentiewaarde uit MIRA-S 2000 (3,6 kg P/ha). Er kan voorzichtig geconcludeerd worden dat na decennialange fosforaccumulatie in de Vlaamse landbouwbodem, er sinds 2008 een status-quo bereikt lijkt te zijn, zodat de bemesting in evenwicht is met de gewasonttrekking voor wat betreft fosfor. Dat lijkt in eerste opzicht in overeenstemming met de conclusie uit de metingen van fosfaatgehalte in de bouwvoor van de Bodemkundige dienst van België. Na jarenlange verhoging van het fosfaatgehalte, is in de periode 2007-2010 geen verdere toename meer gemeten.

De analyse per rivierbekken toont grote regionale verschillen. De gunstige toestand op Vlaams niveau is niet in alle rivierbekkens terug te vinden. In volgende rivierbekkens zijn nog extra inspanningen nodig om de doelstellingen te halen: IJzer (voor N en P) en Leie, Boven-Schelde en Demer (enkel voor P). Enkel van het Maasbekken kan met grotere zekerheid gezegd worden dat het in 2009 een negatief P overschot heeft.

Nog wachten op resultaten op terrein

Het doelbereik voor het overschot bodembalans komt niet overeen met de doelafstand die nog overblijft bij de toestand- en impactindicatoren voor oppervlaktewater en oppervlakte terrestrische natuur met overschrijding kritische last door atmosferische depositie. Er is afstemming nodig tussen deze doelen, want indicatoren verschillen in schaal en methode.

Meer info

Zie ook indicatoren fosfor in de landbouwbodem, nitraat in oppervlaktewater in landbouwgebied, oppervlakte natuur met overschrijding van kritische last vermesting.

Voor meer informatie over de opbouw van de indicator, lees het volledige rapport Bodembalans van de Vlaamse landbouw: cijfers voor 2007-2009 (Lenders S., Oeyen A., D’hooghe J., Overloop S., 2011)

Laatst bijgewerkt

Januari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Stijn  Overloop

Woordenboek

Gewasafvoer
term uit het concept van de bodembalans van de landbouw, omvat de nutriënten die door oogst uit de landbouwbodem onttrokken worden.
Nutriënt
(planten)voedingsstof waaronder stikstof, fosfor en kalium.
Voederefficiëntie
verhouding van de output (vlees, mest, melk, eieren) tegenover de input in veevoeder voor een bepaald stof.