De geïntegreerde productiewijze van pitfruit (appelen en peren) houdt het midden tussen de biologische en de conventionele productiewijze en heeft tot doel om milieuschade te verminderen en de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen wordt gecontroleerd en zo veel mogelijk vervangen door natuurlijke alternatieven, zoals het gebruik van predatoren. Enkel indien deze biologische bestrijdingsmiddelen niet voldoen, worden selectieve chemische bestrijdingsmiddelen ingezet.
Succesvolle uitbreiding
Vooral in de pitfruitteelt (appels en peren) kent de
geïntegreerde productiewijze een groot succes mede als gevolg van de wettelijke erkenning, van de keuze van de fruitveilingen voor een milieubewuste pitfruitteelt als overgangsvorm en van de steunmaatregelen in het kader van het Vlaams plan voor plattelandsontwikkeling.
Het areaal geïntegreerde pitfruitteelt is uitgebreid van 2 339 ha in 1996 tot 10 572 ha in 2002, maar kent sinds dat jaar een lichte daling. In 2006 telde Vlaanderen nog 8 936 ha geïntegreerd pitfruit onder de controle van de erkende controleorganismen SGS en Integra. Dit komt neer op 68 % van het totale pitfruitareaal. In tegenstelling tot de biologische landbouw, gebeurde de
omschakeling eerst op grotere bedrijven. In 2001 is de steun aan de geïntegreerde pitfruitteelt uitgebreid naar de nevenberoepslandbouw, wat meteen de forse toename van het areaal in dat jaar verklaart.
Ook zonder steun De totale hectaresteun aan de geïntegreerde pitfruitteelt bedroeg 0,7 miljoen euro in 1999 en 79 000 euro in 2006. In 2003 piekte de steun op 1,7 miljoen euro. Het aandeel van het gecontroleerde areaal dat hectaresteun ontvangt is daarmee gedaald van 95 % in 2003 tot 7 % in 2006. Dit is een gevolg van het
stopzetten van de steunregeling voor geïntegreerd pitfruit vanaf 2004. De eerder aangegane verbintenissen lopen nog tot 2008.
Laatst bijgewerkt
December 2007