Van de 162 vogelsoorten die sinds 1900 in Vlaanderen regelmatig tot broeden kwamen, zijn er 20 specifiek gebonden aan biotopen in het landbouwgebied (bv. veldleeuwerik). Voor hun overleving zijn ze afhankelijk van de milieukwaliteit van het landbouwgebied. Naast die 20 specialisten broeden er in het landbouwgebied ook tal van generalisten. Dat zijn soorten die in meerdere biotopen broeden en voor hun overleving niet exclusief afhankelijk zijn van landbouwactiviteiten. Het zijn onder meer soorten als torenvalk, houtduif, witte kwikstaart, zwarte kraai en huismus. Deze indicator toont de evolutie van broedvogels specialisten in landbouwgebied tussen 1990 en 2002.
10 broedvogelsoorten gingen meer dan 20 % achteruit
De algemene doelstelling van de Vlaamse overheid is het verlies aan biodiversiteit stopzetten tegen 2010 (MINA-plan 3).
De helft van deze broedvogels gebonden aan landbouwgebied verdween (kemphaan, ortolaan) of de omvang van de populatie ging meer dan 20 % achteruit (8 soorten) tussen 1990 en 2002. Dat soorten van het landbouwgebied zwaar onder druk staan, blijkt ook uit de recente Rode Lijst van Vlaamse broedvogels. Van de 40 Rode Lijstsoorten zijn er maar liefst 10 (25 %) gebonden aan biotopen van het landbouwgebied. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze soorten sterk te lijden hebben onder de intensivering en schaalvergroting van de landbouw in West-Europa. Dit omvat onder meer de opkomst van monoculturen, een algemeen gebruik van bestrijdingsmiddelen en het verdwijnen van wintervoedsel zoals graanresten en onkruidzaden.
Laatst bijgewerkt
December 2005