Kunstmest wordt gebruikt in de landbouw om de groei van gewassen te bevorderen. In bijvoorbeeld weiland, graan- en bietenteelt en fruitteelt wordt kunstmest gebruikt eerder dan dierlijke mest. Kunstmest is direct werkzaam, lost goed op in water en kan fijn gedoseerd worden. Bij overdosering en ongunstige weersomstandigheden bestaat het risico voor uitspoeling naar oppervlaktewater en grondwater. Daarnaast komt ook ammoniakgas en lachgas vrij uit kunstmest.
Kunstmestgebruik sterk gedaald
Het gebruik van kunstmest kende sinds 1990 een spectaculaire daling met 40 % voor stikstof en 86 % voor fosfor. De laatste jaren (vanaf 2001) is de afname wel minder uitgesproken. In 2006 wordt nog 66 miljoen kg N en 4,5 miljoen kg P uitgestrooid op landbouwgrond. Door de invoering van het Mestdecreet in 1991 werd er een limiet gesteld aan het gebruik van meststoffen, onder vorm van bemestingsnormen. Met het eerste MAP in 1996 kwam er een specifieke norm voor kunstmest. Doordat er een groot overschot is aan dierlijke mest, wordt de bemestingsruimte zoveel mogelijk ingevuld met dierlijke mest. Het kunstmestgebruik komt op de tweede plaats.
Laatst bijgewerkt
December 2007