Download Pdf Print
geen 

Energiegebruik in de landbouw

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
De productieprocessen in de landbouw steunen in hoofdzaak op de door fotosynthese vastgelegde zonne-energie in plantaardige producten en de omzetting van deze energie in de dierlijke productie. Toch wordt nog extra externe energie gebruikt in de landbouw. Deze wordt opgedeeld in enerzijds directe energie voor de verwarming en verlichting van serres en stallen en voor de brandstof van trekkers en landbouwmachines en anderzijds indirecte energie voor de aanmaak van de intermediaire verbruiksgoederen (bv. meststoffen, krachtvoeder). Deze indicator behandelt enkel de directe energie.

Figuren

Energiegebruik in de landbouw per deelsector (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA op basis van VITO Energiebalans Vlaanderen

Cijfers en figuur in Excel.
Energiegebruik in de landbouw per energiedrager (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA op basis van VITO Energiebalans Vlaanderen

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Toenemend energiegebruik in de landbouw

De landbouw, inclusief zeevisserij, bosbouw en groenvoorziening, gebruikt in 2010 35,2 PJ energie. Glastuinbouw gebruikt 22,7 PJ of 65 % van het totaal in 2010. De landbouwsector neemt zo 1,7 % van het primair energiegebruik voor zijn rekening in Vlaanderen.

Ten opzichte van 2008 steeg het energiegebruik met 25 % door een verdubbeld gebruik van aardgas in de glastuinbouw. Zo nam het energiegebruik in de glastuinbouw toe met 47 %. Dit komt door een sterke toename van WKK-installaties, die deels ook elektriciteit produceren voor het net. Deze elektriciteit wordt dus niet door de glastuinbouw gebruikt. In 2009 werd voor deze elektriciteit 3,7 PJ aan primaire energie gebruikt, die is meegerekend in het totaal voor de landbouw.

Ook de akkerbouw tekende een stijging op met 25 % tussen 2008 en 2010. In dezelfde periode daalde het energiegebruik in de rundveeteelt met 12 %. De overige deelsectoren blijven status quo of dalen minder dan 5 % in energiegebruik. De rubriek overige omvat off-road emissies in de bosbouw en de groenvoorziening.

In Pact 2020 beoogt de Vlaamse Regering een toenemende energie-efficiëntie. Dan wordt best het energiegebruik beschouwd na aftrek van primaire energie voor elektriciteitsproductie op het openbaar net.

Hernieuwbare energie ook aanwezig

Er doet zich ook een opmerkelijke evolutie naar ‘schonere’ energiebronnen voor, vooral in de glastuinbouw. Zo is het gebruik van aardgas sinds 1990 verelfvoudigd en dit ten koste van het gebruik van steenkool (-61 %) en zware stookolie (-86 %). Sinds 2005 doet ook biomassa als hernieuwbare energiebron zijn intrede in de landbouw. Deze brandstof wordt ingezet in de glastuinbouw. In 2010 bedroeg het aandeel in het totaal energiegebruik 10 %

Over de omvang van groene elektriciteit in productie of gebruik in de landbouw bestaan geen afzonderlijke cijfers (zie indicator Elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energiebronnen). In de periode 2007-2010 gaf het Vlaamse Landbouwinvensteringsfonds (VLIF) investeringssteun aan 507 projecten voor de installatie van fotovoltaïsche zonnecellen en zonneboilers en aan 92 projecten voor de installatie van WKK’s. Dit laatste verklaart de sterke toename van het energiegebruik in de glastuinbouw.

In het Vlaams Klimaatbeleidsplan is voor de glastuinbouw tegen 2013 het doel vooropgesteld om 75 % van de energie uit aardgas of hernieuwbare energiebronnen te halen. In 2009 bedroeg dit aandeel 45 %, wanneer het primair energiegebruik voor elektriciteitslevering aan het openbare net niet mee wordt geteld.

Bij het gebruik van biomassa als hernieuwbare energiebron, is ook van belang of de biomassa op duurzame wijze is geteeld. Vanuit milieu-oogpunt is het van belang of het gebruik van deze biomassa netto een reductie van CO2 meebrengt, van productie tot consumptie.

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Januari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Stijn  Overloop

Woordenboek

Biomassa
biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval.