Deze indicator volgt de emissie op van alle ozonprecursoren samen in de landbouw. Dit zijn niet-methaan houdende vluchtige organische stoffen (NMVOS), stikstofoxides (NOx), koolstofmonoxide (CO) en methaan (CH4). Aan de hand van de wegingsfactoren voor omzetting naar ‘Troposferic Ozone Forming Potential’ (TOFP) kunnen die emissies gesommeerd worden, en uitgedrukt in ton TOFP. Die wegingsfactoren zijn voor NMVOS 1; NOx 1,22; CH4 0,014 en CO 0,11. Zo stemt bv. 1 ton NOx overeen met een TOFP van 1,22 ton. Al deze stoffen dragen bij tot de vorming van ozon in de troposfeer of fotochemische luchtverontreiniging.
Veeteelt is belangrijkste producent van ozonprecursoren
De gezamenlijke emissie van de precursoren van troposferische ozon (NMVOS, NOx, CH4 en CO) door de landbouw bedroeg 26 100 ton TOFP in 2009. Dit is een daling met 21 % t.o.v. 1990, en een toename met 6 % t.o.v. 2008. Het aandeel van emissies door de veeteelt bedroeg 61 % in 2009. Het aandeel van door akkerbouw en glastuinbouw bedraagt 12 en 20 %.
Stijgend aandeel van de landbouw
De bijdrage van de landbouwsector aan de ozonvorming op warme zomerdagen is bijna uitsluitend te wijten aan de emissies van stikstofoxides of NOx (80 % in 2009) en van methaan of CH4 (12 %). De stoffen CO en NMVOS hadden een aandeel in de ozonprecursoremissies van slechts 4 %, respectievelijk 8 %. De landbouw is verantwoordelijk voor 9 % van de emissie van ozonprecursoren in Vlaanderen. Dit aandeel nam toe van 5 % in 1990, door de minder snel dalende emissie in de landbouw. De laatste 2 jaar steeg de emissie van de landbouw zelfs met 7 %.
Laatst bijgewerkt
Mei 2011