Download Pdf Print
geen 

Emissie van fijn stof door de landbouw

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up

Fijn stof (ook 'zwevend stof' genoemd) is een mengsel van deeltjes van uiteenlopende samenstelling en afmeting in de lucht. De deeltjes worden ingedeeld in fracties op basis van hun grootte. PM10, PM2,5 zijn de fracties van de deeltjes met een aërodynamische diameter (a.d.) kleiner dan respectievelijk 10 en 2,5 µm. Deze fracties worden gezien een van de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen die leiden tot nadelige gezondheidseffecten. Fijn stof ontstaat bij elke verbranding en is bijgevolg ook een probleem van serreverwarming en van landbouwmotoren. De veeteelt is een bron van stof door de voederactiviteit, aangedroogde uitwerpselen, ligmateriaal, huid- en haarschilfers, bouwmaterialen, insecten en micro-organismen. Daarnaast waait ook stof op bij bewerking van landbouwgronden. Deze bron van emissie is mogelijk minder belangrijk vanuit het oogpunt gezondheid dan andere bronnen, omdat het de fractie PM10 en ook grotere stofdeeltjes betreft.

In de regel zijn kleinere stofdeeltjes gevaarlijker voor de gezondheid. Ook de samenstelling van het stof is van groot belang. Sommige deeltjes zijn veel schadelijker (roet, stof van organische oorsprong, …) dan andere (bv. bodemdeeltjes). Daarnaast zorgt zwevend stof in belangrijke mate voor de verspreiding van geur. Ammoniak is een precursor van zwevend stof, aangezien er op een afstand van de stal de secundaire aerosolen (een type zwevend stof) ammoniumsulfaat en ammoniumnitraat gevormd kunnen worden.

Deze indicator toont de emissie van primair fijn stof. Dit is het stof dat tijdens landbouwactiviteiten ontstaat. Fijn stof gevormd uit ammoniak is ingedeeld als secundair fijn stof. Dit is niet meegenomen in deze indicator.

Figuren

Emissie van fijn stof door de landbouw (Vlaanderen, 1995-2010)
Bron: VMM

Cijfers en figuur in Excel.
Aandeel deelsectoren in de emissie fijn stof PM2,5 van de landbouw (2010)
Bron: VMM

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Zeer fijn stof

Zeer fijn stof, PM2,5, wordt vooral geproduceerd bij de verbranding van diesel en stookolie (73 %). In 2010 produceerde de landbouw 1 921 ton van de fractie PM2,5. Het aandeel van de landbouw in de totale Vlaamse PM2,5-emissie bedraagt daarmee 19 %. De landbouwuitstoot is sinds 1995 en 2000 gedaald met 28 en 24 %. Deze daling hangt samen met het dalende energiegebruik in de landbouw, met de omschakeling naar aardgas in de glastuinbouw en de dalende veestsapel tot 2008. De glastuinbouw heeft een aandeel in de PM2,5-emissie van 14 % ten opzichte van de landbouw. De veeteelt heeft een aandeel van 60 %.

Grondbewerking als emissiebron

De landbouw is met 6 381 ton stof de belangrijkste bron van PM10-emissie in Vlaanderen in 2010, met 38 % van de totale Vlaamse emissie. Ten opzichte van 1995 en 2000 is de uitstoot van PM10 uit de landbouw met 12 en  9 % gedaald. Het gaat daarbij voor 34 % om het stof dat opwaait bij de bewerking van landbouwgronden. In tegenstelling tot andere sectoren is voor elke grondbewerking een stofemissie in rekening gebracht. Deze bron van emissie is vermoedelijk minder belangrijk vanuit het oogpunt van de gezondheid. De dalende veestapel en het dalende energiegebruik in de glastuinbouw verklaart de daling bij PM10. De daling bij PM10 is geringer dan bij PM2,5 omdat ze tegengewerkt wordt door de toenemende stofemissie uit bodembewerking.

In 2010 produceerde de landbouw in 17 633 ton totaal stof, waarvan 60 % afkomstig van bodembewerking. De landbouw is de belangrijkste stofproducent in Vlaanderen voor totaal stof (56 %). Ten opzichte van 2000 daalde de totale stofemissie met 2 % en met 3 % ten opzichte van 1995. Dalende emissieposten waren de stofemissie uit veestallen en uit energiegebruik glastuinbouw. Stofemissie uit bodembewerking nam toe door het stijgende areaal akkerbouw ten nadele van grasland.

Maatregelen voor minder stof

Het gebruik van luchtwassers in emissiearme geeft minder stofemissie. Tot en met 2010 zijn er minstens 0,98 miljoen varkens vergund in emissiearme stallen, waarvan 43 % met luchtwassers. Voor pluimvee zijn er minstens 1,72 miljoen dieren vergund in emissiearme stallen. Bij pluimvee worden tot nu toe zeer beperkt luchtwassers toegepast wegens technische beperkingen.

In de akkerbouw zijn goede reductiemaatregelen van stof de bestaande erosiebestrijdingsmaatregelen, het behoud van blijvend grasland, het combineren van activiteiten op het land en het efficiënt plannen van de werkzaamheden afhankelijk van de weersomstandigheden. Om de akkerbouwer zelf te beschermen is een stofvrije tractorcabine het effectiefst, dit is standaard bij nieuwe tractoren.

Meer info

Meer indicatoren over fijn stof: MIRA thema zwevend stof

Meer informatie over maatregelen in de landbouw: Campens V. (2010) Wat zweeft er in de lucht? De problematiek van zwevend stof in de Vlaamse land- en tuinbouw, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Monitoring en Studie, Brussel.

Meer informatie over de chemische karakterisatie van fijn stof in Vlaanderen: Chemkar 10

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Januari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Stijn  Overloop

Woordenboek

Aerodynamische diameter
diameter van een bolvormig deeltje, met een soortelijke massa van 1 g/cm³ dat in de omgevingslucht hetzelfde gedrag vertoont als het stofdeeltje.