Zeer fijn stof
Zeer fijn stof, PM2,5, wordt vooral geproduceerd bij de verbranding van diesel en stookolie (73 %). In 2010 produceerde de landbouw 1 921 ton van de fractie PM2,5. Het aandeel van de landbouw in de totale Vlaamse PM2,5-emissie bedraagt daarmee 19 %. De landbouwuitstoot is sinds 1995 en 2000 gedaald met 28 en 24 %. Deze daling hangt samen met het dalende energiegebruik in de landbouw, met de omschakeling naar aardgas in de glastuinbouw en de dalende veestsapel tot 2008. De glastuinbouw heeft een aandeel in de PM2,5-emissie van 14 % ten opzichte van de landbouw. De veeteelt heeft een aandeel van 60 %.
Grondbewerking als emissiebron
De landbouw is met 6 381 ton stof de belangrijkste bron van PM10-emissie in Vlaanderen in 2010, met 38 % van de totale Vlaamse emissie. Ten opzichte van 1995 en 2000 is de uitstoot van PM10 uit de landbouw met 12 en 9 % gedaald. Het gaat daarbij voor 34 % om het stof dat opwaait bij de bewerking van landbouwgronden. In tegenstelling tot andere sectoren is voor elke grondbewerking een stofemissie in rekening gebracht. Deze bron van emissie is vermoedelijk minder belangrijk vanuit het oogpunt van de gezondheid. De dalende veestapel en het dalende energiegebruik in de glastuinbouw verklaart de daling bij PM10. De daling bij PM10 is geringer dan bij PM2,5 omdat ze tegengewerkt wordt door de toenemende stofemissie uit bodembewerking.
In 2010 produceerde de landbouw in 17 633 ton totaal stof, waarvan 60 % afkomstig van bodembewerking. De landbouw is de belangrijkste stofproducent in Vlaanderen voor totaal stof (56 %). Ten opzichte van 2000 daalde de totale stofemissie met 2 % en met 3 % ten opzichte van 1995. Dalende emissieposten waren de stofemissie uit veestallen en uit energiegebruik glastuinbouw. Stofemissie uit bodembewerking nam toe door het stijgende areaal akkerbouw ten nadele van grasland.
Maatregelen voor minder stof
Het gebruik van luchtwassers in emissiearme geeft minder stofemissie. Tot en met 2010 zijn er minstens 0,98 miljoen varkens vergund in emissiearme stallen, waarvan 43 % met luchtwassers. Voor pluimvee zijn er minstens 1,72 miljoen dieren vergund in emissiearme stallen. Bij pluimvee worden tot nu toe zeer beperkt luchtwassers toegepast wegens technische beperkingen.
In de akkerbouw zijn goede reductiemaatregelen van stof de bestaande erosiebestrijdingsmaatregelen, het behoud van blijvend grasland, het combineren van activiteiten op het land en het efficiënt plannen van de werkzaamheden afhankelijk van de weersomstandigheden. Om de akkerbouwer zelf te beschermen is een stofvrije tractorcabine het effectiefst, dit is standaard bij nieuwe tractoren.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012