Download Pdf Print
geen 

Emissie van broeikasgassen door de landbouw

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
De emissie van broeikasgassen door de landbouw is een gevolg van de methaanvergisting (CH4) in de dierlijke spijsvertering en in mestopslag, de productie van lachgas (N2O) uit biologische processen, het gebruik van fossiele brandstoffen (CO2- en N2O-emissie) en de emissie van koolstofdioxide (CO2) door de daling van de bodemkoolstofvoorraad. Deze indicator behandelt enkel de emissie van de landbouwproductie die in Vlaanderen plaatsvindt. De emissie die voortkomt bij de productie en het transport van importgoederen voor de Vlaamse landbouw zijn niet meegerekend. Ook niet de emissie van het transport, verwerking en de consumptie van exportgoederen uit de Vlaamse landbouw in het buitenland.

Figuren

Emissie van broeikasgassen door de landbouw (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: VMM-MIRA

Cijfers en figuur in Excel.
Aandeel deelsectoren landbouw in de emissie van broeikasgassen (Vlaanderen, 2009)
Bron: VMM-MIRA

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Landbouw scoort goed in klimaatklas

In 2010 bedroeg de totale emissie van broeikasgassen uit de landbouw 9 192 kton CO2-equivalenten, een daling met 17 % t.o.v. 1990 en 10 % t.o.v. 2000. Dit terwijl de totale emissie van broeikasgassen in Vlaanderen in dezelfde periodes met 1 en 2 % afnam. De sector draagt hiermee meer dan zijn steentje bij in het terugdringen van de emissie. Nochtans neemt de emissie sinds 2008 weer toe met 5 %. Deze toename is voor de helft op rekening van de glastuinbouw en voor een kwart door de aangroeiende veestapel. De emissie van CO2 door verandering in de bodemkoolstofvoorraad staat voor 1 686 kton CO2-equivalenten of 18 % van de broeikasgasemissie uit de landbouw. Deze emissie dient echter niet in rekening gebracht te worden bij toetsing aan de Kyoto-doelstellingen, maar is in deze indicator wel meegenomen.

Methaan en lachgas wegen zwaar door 

Het aandeel van de landbouw in de totale Vlaamse broeikasgasemissie bedraagt 11 %. Het relatief grote aandeel van de landbouw is te wijten aan het feit dat 53 % van de Vlaamse N2O-emissie uit de landbouw komt, grotendeels direct uit de bodem. Bovendien komt ook 77 % van de Vlaamse CH4-emissie uit de landbouw. Aangezien N2O en CH4 respectievelijk een 310 en 21 keer zwaarder broeikaseffect hebben dan CO2, komt de landbouw aan een groter aandeel in de totale broeikasgasemissie dan de economische grootte en het energiegebruik van de sector doet vermoeden. Zo is 79 % van de emissie van niet-energetische oorsprong. Voor heel Vlaanderen is dat slechts 15 %.

Inspanningen om de emissies verder te reduceren, dienen eerst gezocht worden in een rationeel energiegebruik in de glastuinbouw en in het aanwenden van CO2-neutralere brandstoffen in de gehele sector. Zo is het geformuleerd in het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012. Mestverwerking met vergisting tot biogas, leidt ook tot lagere emissies. Een beter beheer van de organische stof in de landbouwbodem kan de bodememissie beperken. Brongerichte maatregelen die emissie door mestproductie doen afnemen of matiging van de vleesconsumptie, kunnen ook bijdragen aan de vermindering van broeikasgasemissie. De CO2-voetafdruk van vleesconsumptie is hoog en wereldwijd veroorzaakt de veeteelt 18 % van de emissie van broeikasgassen. Dit aandeel is hoger dan in Vlaanderen, omdat ook emissies bij de voederproductie en de ontbossing voor toenemende vleesproductie in rekening zijn gebracht.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Januari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Stijn  Overloop

Woordenboek

Broeikasgas
gas dat de opwarming van de aarde bevordert. Elk broeikasgas heeft zijn eigen opwarmend effect, relatief t.o.v. CO2. Enkele belangrijke broeikasgassen met hun opwarmend effect of 'global warming potential' (GWP): CO2 (1), CH4 (21), N2O (310).
CO2-equivalent (CO2-eq)
meeteenheid gebruikt om het opwarmend vermogen ('global warming potential') van broeikasgassen weer te geven. CO2 is het referentiegas, waartegen andere broeikasgassen gemeten worden. Bv. omdat bij eenzelfde massa gas het opwarmend vermogen van CH4 21 keer hoger is dan dat van CO2, stemt 1 ton CH4 overeen met 21 ton CO2-equivalenten.
Kyoto-protocol
overeenkomst tussen de partijen van het Klimaatverdrag, waarin per partij (land) een emissiereductiedoelstelling voor broeikasgassen wordt opgelegd.
Vergisting
afbraak van organische stof in een zuurstofarm milieu waardoor biogas wordt gevormd door toedoen van micro-organismen.