De vergelijking van de evolutie van de milieudruk van de landbouw met de eindproductiewaarde van de landbouw geeft een aanduiding voor de eco-efficiëntie van de sector. De eindproductiewaarde is een maat voor de omvang van de landbouwactiviteiten. Wanneer het relatieve niveau van de milieudruk (bv. energiegebruik) onder het niveau van de activiteit (eindproductiewaarde) blijft, is er sprake van ontkoppeling. Een dalende milieudruk duidt op een absolute ontkoppeling.
Verbeterende eco-efficiëntie in 2000-2008
De milieudruk van de landbouw en de omvang van de activiteiten, uitgedrukt als eindproductiewaarde, nemen af tussen 2000 en 2008. De eco-efficiëntie neemt toe door de sterkere daling van de milieudruk ten opzichte van de eindproductiewaarde. Schaalvergroting, milieugerichte maatregelen en de sinds 2000 dalende veestapel bepalen de dalende trend van de emissies. De verzurende emissie daalde met 26 % in de periode 2000-2008 en het overschot op de bodembalans stikstof met 37 % in de periode 2000-2007. Drijvende krachten achter deze dalingen zijn het gevoerde mestbeleid en de conjunctuur. Dit uitte zich tezamen in een krimpende veestapel. Het mestbeleid leidde tot een dalend kunstmestgebruik, de toepassing van emissiearme technieken, een lagere nutriënteninhoud van het veevoeder en een toenemende mestverwerking. De krimpende veestapel verklaart de afname van de broeikasgasemissie (-13 % in 2008) en de emissie van fijn stof (-24 % in 2010).
Nadien neemt de milieudruk weer deels toe
Na 2008 stijgt de milieudruk weer licht voor energiegebruik, broeikasgassen en verzurende emissie. Deze evolutie is aangedreven door een stijgende veestapel en de uitbreiding van WKK’s in de glastuinbouw.
De toename van de veestapel vanaf 2008 en de uitbreiding van de WKK’s in de glastuinbouw tot en met 2010, leiden tot stijgende emissies. De elektriciteitsproductie in deze WKK’s wordt vooral op het openbare net gezet, en wordt voor 2009 ingeschat op een primair energiegebruik van 3,8 PJ met een verdere stijging in 2010.
De druk op het waterleven door gewasbescherming schommelt al sinds 2003 rond een reductie met 30 %. De schommelende afname is het gevolg van het verbod van de meest toxische stoffen en verschuivingen in het productgebruik.
Ondanks de verbeterde eco-efficiëntie en de dalende milieudruk zijn de doelstellingen waterkwaliteit nog niet bereikt. Bijkomende inspanningen in mest- en bestrijdingsmiddelenbeleid zijn nodig.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012