De dierlijke mestproductie in de beroepslandbouw is de som van de mestproductie van de diergroepen: runderen, varkens, pluimvee en overige dieren (schapen, geiten, paarden…). Een groot deel van deze productie kan binnen de goede landbouwpraktijken gebruikt worden om gewassen te bemesten. Enkel het deel van de mest dat niet milieuvriendelijk kan toegepast worden in de landbouw draagt bij tot het mestprobleem.
Dalende mestproductie
In 2007 bedroeg de totale dierlijke mestproductie 150 miljoen kg stikstof (N) en 26,1 miljoen kg fosfor (P) of 59,8 miljoen kg fosfaat (P2O5). Ten opzichte van 1990 is in 2007 de productie van N met 17 % gedaald en van P met 25 %. Dit gebeurde dankzij het gecombineerde effect van de afbouw van de veestapel en de verhoogde voederefficiëntie.
Mestproductie per diersoort
In 2007 produceerden de runderen het grootste deel van de dierlijke mest (51 % van de N, 45 % van de P), dicht gevolgd door de varkens (38 % van de N, 43 % van de P). Pluimvee produceert ongeveer 1/10 van de dierlijke mest (10 % van de N, 11 % van de P) en de overige dieren nog 2 %. Varkens en pluimvee zorgen voor het grootste deel van het mestoverschot, omdat deze dieren vaak worden gehouden op bedrijven zonder eigen mestafzetmogelijkheden.
Afzet op het land
De hoeveelheid dierlijke mest die op de landbouwbodem terecht komt is lager dan de mestproductie. Door import en export en mestverwerking en stikstofverliezen, bedraagt dit nog 113 miljoen kg N en 23 miljoen kg P of 54 miljoen kg P2O5 (Voortgangsrapport Mestbank 2008). De hoeveelheid mest die op het land mag gebracht worden zou in 2010 slechts 44 miljoen kg fosfaat en 108 miljoen kg N mogen bedragen. Dit is zo bepaald in het Vlaamse milieubeleidsplan 2008-2010 (MINA-plan3+).
Sinds 1 januari 2007 is geheel Vlaanderen aangeduid als kwetsbare zone zodat slechts 170 kg N uit dierlijke mest per ha kan uitgereden worden. Daardoor is de mestafzetmogelijkheid beperkter. Dit creëert mogelijkheden om de waterkwaliteit te verbeteren. Dit doel kan behaald worden mits beter gebruik van dierlijke mest voor een oordeelkundige bemesting, nutriëntenarmere voeders, mestverwerking en desnoods afbouw van de veestapel.
Laatst bijgewerkt
April 2009