Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw heeft zijn verdiensten maar ook een grote schaduwzijde: pesticiden worden in water, lucht en bodem teruggevonden in te hoge concentraties, waar ze eigenlijk niet thuishoren.
De milieudruk van gewasbeschermingsmiddelen kan onder andere weergegeven worden door de som van de jaarlijkse verspreidingsequivalenten (ΣSeq) per gewasbeschermingsmiddel. Deze indicator geeft naast het gebruikte volume actieve stoffen een beeld van de milieubelasting voor waterorganismen. Hierbij wordt de jaarlijkse emissie (het gebruik) van de beschouwde middelen gewogen op hun (eco)toxiciteit (in dit geval voor waterorganismen) en verblijftijd in het milieu.
Dalende druk verklaard
De totale druk op het waterleven door het landbouwkundig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, is tussen 1990 en 2008 met 42 % gedaald.
Deze daling volgt uit 2 tendensen:
- enerzijds beperkt de landbouwsector het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, dat in die periode met 24 % gedaald is;
- anderzijds is er het beleid van de federale overheid, zodat de laatste jaren veel van de meest schadelijke middelen verboden zijn. Daardoor werd ruim de helft van de daling van ∑Seq gerealiseerd van 2001 naar 2002.
Dit heeft een sterke daling van de drukindicator veroorzaakt. Wanneer ook de bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw worden meegenomen, blijkt dat een halvering van de waarde van 1990 werd bereikt in 2003, 2004 en 2008. Deze halvering werd vooropgesteld in het MINAplan 3 (2003-2007) en voor 2010 in het MINAplan 3+ (2008-2010). Nadien echter groeide de afstand tot de doelstelling weer aan, doordat stoffen met ene zwaardere impact op het waterleven meer gebruikt werden. Zie indicator Druk op het waterleven door gewasbescherming.
Laatst bijgewerkt
Mei 2011