Gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw worden gebruikt om de oogst te beschermen tegen en te genezen van aantastingen door insecten, schimmels en niet gewenste kruidachtige planten. Het gebruik, uitgedrukt in kg actieve stof, geeft geen goede indicatie van de milieu-impact, omdat elke gewasbeschermingsmiddel een specifieke giftigheid heeft en neveneffecten. Die kunnen zeer sterk uiteenlopen. Het gebruik geeft wel een indicatie van de afhankelijkheid van de landbouw van gewasbeschermingsmiddelen.
Analyse per landbouwsector
Het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw is tussen 1990 en 2008 met 24 % gedaald. Deze positieve tendens komt grotendeels op rekening van de tuinbouw.
In de tuinbouw houdt de neerwaartse trend aan sinds 1996, ondanks het toenemende areaal. Tussen 1990 en 2008 is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de tuinbouw met 36 % gedaald. Het gebruik in de akkerbouw - en dan vooral in de aardappelteelt - schommelt sterk van jaar tot jaar, maar bevindt zich in 2008 9 % onder het niveau van 1990. De daling komt voort door:
- de introductie van geïntegreerde en biologische bestrijding (fruitteelt)
- een gebruiksbeperking door strengere residucontroles (groenteteelt)
- een verbeterd gamma gewasbeschermingsmiddelen
- nieuwe technologische ontwikkelingen (spuitinstallaties)
- betere doseringen en efficiëntere formuleringen
Analyse naar type
De fungiciden maken het grootste deel van de verkochte gewasbeschermingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik uit: 48 % in 2005. Het gebruik van fungiciden schommelt sterk in de loop van de jaren, met pieken in 1992 en 2000 en een dal in 1994 en 2003. De ontwikkeling van schimmelziekten en dus het gebruik van fungiciden is sterk afhankelijk van de weersomstandigheden, in het bijzonder van de bladnatperiode. Globaal is er nochtans een duidelijke dalende tendens waar te nemen: het gebruik van fungiciden is tussen 1990 en 2005 met 23 % gedaald, hetgeen overeenkomt met een daling van het gemiddeld gebruik per hectare van 3,4 kg in 1990 tot 2,5 kg in 2005.
Het gebruik van insecticiden kende al in de tweede helft van de jaren 80 een dalende tendens, die - met uitzondering van een verkooppiek in 1992 - voortgezet wordt. Tussen 1990 en 2005 is het gebruik nog eens met 24 % gedaald. Gemiddeld per hectare daalt het van 1,8 kg/ha in 1990 tot 1,0 kg/ha in 2005. Het gebruik per hectare van insecticiden nam in alle teeltgroepen af, maar de daling was het opvallendst in de tuinbouw.
Het totale gebruik van herbiciden in de landbouw bleef van 1990 tot 1998 ongeveer constant. Aangezien het totale landbouwareaal lichtjes steeg, daalde het gebruik per hectare dus enigszins. In 1999 is het herbicidengebruik plots gedaald. Deze daling is tot nu toe behouden en bedraagt ongeveer 25 %. Dit betekent dat in 1990 gemiddeld 2,2 kg herbiciden per hectare gebruikt werd en nog 1,6 kg/ha in 2004.
Er dient hier opgemerkt te worden dat in 2004 slechts de helft van de totale verkoop van herbiciden bestemd is voor landbouwkundig gebruik. De andere helft wordt gebruikt voor onderhoud van spoor- en wegbermen, parken en plantsoenen, particuliere tuinen, enz. Het gebruik van andere middelen stijgt door een herdefiniëring van deze groep sinds 2002: er zijn nu middelen in ondergebracht die voorheen o.a. als insecticide gedefinieerd waren.
Laatst bijgewerkt
Mei 2011