Download Pdf Print
geen 

Totaal industrieel energiegebruik

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
Deze indicator toont de evolutie van het totale energiegebruik van de industrie sinds 1990. Dit bestaat uit twee componenten: het energetische energiegebruik verwijst naar het gebruik van steenkool, aardgas, elektriciteit, enz. voor toepassingen zoals warmte en aandrijving. Het niet-energetische energiegebruik slaat terug op het gebruik van energiedragers als grondstof, bv. het gebruik van aardgas voor de productie van ammoniak, nafta als basis voor kunststoffen

Figuren

Energiegebruik door de industrie (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA op basis van Energiebalans Vlaanderen VITO

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Doelstellingen

Vermits het energiegebruik van de industrie een van de belangrijkste oorzaken van broeikasgasemissies vormt, zijn de doelstellingen i.v.m. energiegebruik gekoppeld aan deze van broeikasgassen. Zo wordt in het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 de maximalisatie van de energie-efficiëntie bij bedrijven als cruciaal aanzien om de industriële emissie van broeikasgassen verder naar beneden te brengen. Het Vlaamse benchmarkconvenant ambieert om de energie-efficiëntie van de grote Vlaamse bedrijven naar ‘wereldtop’-niveau te brengen.

Geen daling van het energiegebruik

De industrie heeft met resp. 39% en 42 % in 2009 en 2010 veruit het grootste aandeel in het bruto binnenlands energiegebruik in Vlaanderen. In 2010 lag het totale industriële energiegebruik 76 % hoger dan in 1990. De sterke verhoging van het niet-energetische energiegebruik (+251 % tussen 1990 en 2010) is de voornaamste oorzaak van deze verhoging, hoewel ook het energetische energiegebruik steeg (+29 %). Dit niet-energetisch energiegebruik situeert zich hoofdzakelijk in de deelsector chemie die energiedragers inzet als grondstof voor diverse productieprocessen (bijvoorbeeld aardgas voor de aanmaak van ammoniak in de kunstmestproductie, nafta als basis voor kunststoffen, …).
 
In 2009 is het totale industriële energiegebruik plots met 12 % gedaald t.o.v. 2008. Hoofdreden is hier de verminderde activiteit door de financieel-economische crisis. De productie-index daalde met 15 % in 2009 t.o.v. 2008 voor de totale industrie en meer specifiek met 12 % en 24 % in de meest energieverbruikende deelsectoren, de chemie- en de metaalsector.

In 2010 herleefde de economie met als gevolg ook een stijging in de totale (energetisch + niet-energetisch) energiegebruik in alle industriële deelsectoren. Voor de volledige industrie bedraagt de stijging 17 %. In de chemische nijverheid, in 2010 verantwoordelijk voor 61 % van het industrieel energiegebruik, bedraagt de energiestijging 19 % in 2010 t.o.v. 2009. De deelsector metaal levert een bijdrage van 15 % van het industrieel energiegebruik in 2010.  Binnen deze deelsector metaal is het energiegebruik voor 84 % afkomstig uit de ijzer- en staalproductie en de non-ferro industrie en is er een energiestijging tussen 2009 en 2010 waar te nemen van 22 %. Net in zowel de chemie als de ijzer-,  staal- en non-ferro nijverheid is ook de productiestijging het grootst (productie-index voor beide stijgt met 21 % in 2010 t.o.v. 2009), m.a.w. de evolutie van het energiegebruik volgt in grote lijnen de verhoogde activiteit.
Op te merken valt ook de forse stijging in het gebruik van energie in de papiernijverheid. Tussen 2009 en 2010 steeg het energieverbruik hier met liefst 51 %.

Verder streven naar energie-efficiëntie tot stilstand gekomen en zelfs negatief omgebogen

Op Vlaams niveau is het belangrijkste beleidsinstrument om het energiegebruik van de industrie terug te dringen het benchmark-convenant, een vrijwillig akkoord tussen de overheid en bedrijven. Hiermee wordt getracht de energie-efficiëntie van bedrijven met een zeer groot energiegebruik (jaarlijks minstens 0,5 PJ) tegen 2012 naar “wereldtop”-niveau te brengen. Middelgrote energie-intensieve bedrijven (jaarlijks energiegebruik tussen 0,1 en 0,5 PJ) kunnen zich er via het audit-convenant toe verbinden een energie-audit te laten uitvoeren.

De vanaf 2005 ingezette evolutie naar energie-efficiëntie (zie ook indicator Eco-efficiëntie van de industrie) wordt in 2008 stopgezet. In 2008 steeg het energiegebruik zelfs bij dalende activiteit, in 2009 daalden productie en energiegebruik ongeveer even snel. In 2010 is de stijging van het het totale industriële energiegebruik opnieuw groter dan de stijging van de totale industriële productie.

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Februari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Hugo  Van Hooste

Woordenboek

Kyoto-protocol
overeenkomst tussen de partijen van het Klimaatverdrag, waarin per partij (land) een emissiereductiedoelstelling voor broeikasgassen wordt opgelegd.