Download Pdf Print
geen 

Emissie van broeikasgassen per industriële deelsector

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up

Industriële activiteiten leiden tot de emissie van broeikasgassen door:

  • de CO2-uitstoot, zowel via energetisch als niet-energetisch energiegebruik (het gebruik van energiedragers als grondstof in een productieproces, bv. het gebruik van aardgas voor de productie van ammoniak);
  • de N2O-uitstoot, als gevolg van de salpeterzuur-en caprolactamproductie;
  • de F-gassen-uitstoot, voornamelijk door de koelsector waar HFK’s steeds meer dienen als vervanging voor ozonafbrekende stoffen.

Figuren

Industriële broeikasgasemissie per deelsector (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA op basis van EIL (VMM)

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Doelstellingen

In de periode 2008-2012 heeft Vlaanderen zich onder het Kyoto-protocol geëngageerd om de totale uitstoot van broeikasgassen terug te brengen met 5.2 % t.o.v. 1990. Voor de industrie werd in het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2006-2012 echter een emissiestijging ingecalculeerd.
 
Vanaf 2013 vallen de CO2-emissies van grote industriële bedrijven onder het Europees emissiehandelssysteem (ETS). Hiervoor is een globale emissiereductie met 21 % voorzien tussen 2005 en 2020. De overige industriële emissiebronnen (CO2-emissies van kleine industriële installaties en niet CO2-emissies) zullen via de Belgische reductieverplichting die op Europees niveau wordt onderhandeld tot reducties aangezet worden.
 
Emissie broeikasgassen tussen 1990 en 2009 gedaald dankzij de verminderde uitstoot van N2O en F-gassen enerzijds en de economische crisis anderzijds

De uitstoot van broeikasgassen door de industrie daalde tussen 1990 en 2009 met 29 % tot 18 366 kton CO2-eq. De sterke daling is enerzijds op rekening te schrijven van de reductie in de emissies van F-gassen (-83 % tussen 1990 en 2009) en de N2O-emissies (-66 %). Hierbij heeft vooral het toegenomen gebruik van katalysatoren bij de salpeterzuurproductie een belangrijke rol gespeeld.

De industriële emissie van het belangrijkste broeikasgas, nl. CO2, lag in de periode 1990-2008 steeds boven het niveau van 1990. In 2008 bedroeg de CO2-emissie 18 037 kton, dit is 10 % hoger dan in 1990. In 2009 bedroeg de CO2-emissie 16 132 kton en lag daarmee voor het eerst onder het niveau van 1990 (-2 %). De verminderde industriële activiteit door de financieel-economische crisis was hier voornamelijk de belangrijkste reden. 

Aantrekkende industriële activiteit in 2010 doet de CO2- en N2O-emissie fors stijgen

In 2010 herleefde de economie met als gevolg ook een stijging in de totale (energetisch + niet-energetische) CO2-emissie in alle industriële deelsectoren. In de chemische nijverheid, in 2010 verantwoordelijk voor 49 % van de industriële CO2-emissie, bedraagt de emissiestijging 18 % in 2010 t.o.v. 2009. De deelsector metaal levert een bijdrage van 29 % van de industriële CO2-emissie in 2010.  Binnen deze deelsector metaal is de CO2-emissie voor 91 % afkomstig uit de ijzer- en staalproductie en de non-ferro industrie en is er een emissiestijging tussen 2009 en 2010 waar te nemen van 25 %. Net in zowel de chemie als de ijzer-,  staal- en non-ferro nijverheid is ook de productiestijging het grootst (productie-index voor beide stijgt met 21 % in 2010 t.o.v. 2009), m.a.w. de evolutie van de CO2-emissie volgt in grote lijnen de verhoogde activiteit.

In 2010 is 18 % van de CO2-uitstoot te wijten aan niet-energetische emissies. Deze zijn afkomstig van het gebruik van energiedragers als grondstof in een productieproces (deelsector chemie) en van de oxidatie van koolstof bij de omzetting van ruw ijzer naar staal (deelsector metaal). Deze niet-energetische CO2-emissies zijn in 2010 met 36 % gestegen t.o.v. 2009, dit als rechtstreeks gevolg van een heroplevende activiteit.

De N2O-emissie is in 2010 met 33 % gestegen t.o.v. 2009. Ook hier ligt de forse activiteitsverhoging in de chemische nijverheid, meer bepaald in de productie van salpeterzuur enerzijds en caprolactam anderzijds aan de basis van deze forse emissiestijging.

De emissie van de F-gassen bleef op hetzelfde niveau tussen 2009 en 2010.

Het aandeel van de industrie in de totale broeikasgasemissie in Vlaanderen is in de voorbije 20 jaar lichtjes afgenomen van 30 % tot 25,3 %. Daar waar in de jaren 90 de industrie nog de belangrijkste bron van broeikasgassen was, heeft inmiddels de energiesector die rol overgenomen (een aandeel van 26,5 % in 2010).

Inspanningen moeten verder gezet worden

Om de uitstoot van broeikasgassen door de industrie te reduceren, zet de Vlaamse overheid verder in op energie-efficiëntie maatregelen. In de eerste plaats tracht men de werking van de bestaande audit-en benchmarkconvenanten te optimaliseren, daarnaast tracht de overheid via de ecologiepremie energiebesparende investeringen aan te moedigen. Ook via het verder terugdringen van de lachgasuitstoot en het reduceren van de F-gassen wordt een verdere broeikasgasreductie nagestreefd.

Net als voor de energiesector wordt een belangrijk deel van de broeikasgasuitstoot van de sector industrie gereguleerd door het Europees emissiehandelssysteem (ETS). Sinds de invoering van dit ETS in 2005 hadden alle industriële deelsectoren hun CO2-emissie kunnen terugdringen (-19 % voor de totale sector) tussen 2005 en 2009. Maar door de forse emissiestijging in 2010 is deze reductie nagenoeg volledig teniet gedaan (amper nog -4 %). Door een uitbreiding van het toepassingsgebied voor ETS binnen de sector industrie, liep het aandeel van de energetische CO2-uitstoot onder ETS op van circa 50 % in de eerste handelsperiode (2005-2007) naar 90 % of meer in de tweede handelsperiode (2008-2010). Ook heel wat industriële procesemissies vallen onder de ETS-bepalingen.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

December 2011

Contactpersoon bij MIRA

Hugo  Van Hooste

Woordenboek

Broeikasgas
gas dat de opwarming van de aarde bevordert. Elk broeikasgas heeft zijn eigen opwarmend effect, relatief t.o.v. CO2. Enkele belangrijke broeikasgassen met hun opwarmend effect of 'global warming potential' (GWP): CO2 (1), CH4 (21), N2O (310).
Kyoto-protocol
overeenkomst tussen de partijen van het Klimaatverdrag, waarin per partij (land) een emissiereductiedoelstelling voor broeikasgassen wordt opgelegd.