Download Pdf Print
geen 

Emissie van fijn stof door de industrie

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
Deze indicator brengt de evolutie van de industriële uitstoot van zwevend stof naar de omgevingslucht in beeld. Dit stof ontstaat voornamelijk door opslag, behandeling en verwerking van fijnkorrelige materialen, verkleining van grover materiaal, erosie van bedrijfsterreinen, slijtage van diverse werktuigen en installaties, condensatie van verbrandingsproducten …

Figuren

Industriële stofemissie per deelsector (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA op basis van EIL (VMM)

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Doelstellingen

De toekomstige nieuwe Europese NEM-richtlijn zal voor 2020, naast aangepaste emissieplafonds voor NOx, SO2, NMVOS en NH3 voor de lidstaten van de Europese Unie, eveneens plafonds bevatten voor de emissie van fijn stof.

Naar aanleiding van de overschrijdingen in 2003 van de concentratienormen voor fijn stof (Europese richtlijnen 96/62/EG en 99/30/EG) op verschillende plaatsen in Vlaanderen werd door de Vlaamse overheid het ‘Saneringsplan fijn stof voor de zones met overschrijding in 2003 en aanpak fijn stofproblematiek in Vlaanderen; plan in uitvoering van de richtlijnen 96/62/EG en 99/30/EG’ opgesteld. Dit plan werd op 23/12/2005 goedgekeurd en bevat zowel zonespecifieke maatregelen voor hotspotgebieden als meer generieke maatregelen.

Zeer beperkte daling van de fijn stofuitstoot tussen 2000 en 2009, in 2010 opnieuw stijging

De industrie is in 2010 verantwoordelijk voor 15 % van de totale stofemissie in Vlaanderen, voor 27 % van de PM2,5 en 20 % van PM10-emissie. Van 1995 tot 2000 nam de industriële stofemissie af met 51 %. Sindsdien verloopt de reductie langzamer, met als resultaat dat er 4 354 ton stof werd geëmitteerd in 2009, bijna 65 % minder dan in 1995. De emissiedaling in 2008 en vooral in 2009 had vooral te maken met de financieel-economische crisis. In 2010  trok de economie opnieuw aan wat ook resulteert in een verhoging van de fijn stof emissies. In 2010 bedroeg de industriële fijn stofemissie 4 868 ton, een verhoging met 12 % t.o.v. 2009. De industriële emissie van stof in 2010 is voornamelijk afkomstig van ‘overige industrieën’ (50 %), de deelsector metaal (22 %) en de deelsector chemie (22 %).

Meer actie nodig voor betere luchtkwaliteit

Het bovengenoemde Saneringsplan fijn stof plan voor Vlaanderen houdt voor de industrie in dat men de industriële processen en verbrandingsinstallaties verder uitrust met elektrostatische filters en doekenfilters. Ook de reductie van andere polluenten heeft een invloed op de emissie van fijn stof: zo zal door lagere emissie van SO2 en NOx (onder invloed van de uitvoering van de Europese NEM-richtlijn) vooral de emissie van PM2,5 kunnen verminderen. Eén van de belangrijkste maatregelen hierbij is de overschakeling van vaste brandstoffen naar aardgas in diverse industriële processen.

 

Meer info

Laatst bijgewerkt

November 2011

Contactpersoon bij MIRA

Hugo  Van Hooste

Woordenboek

NEM-richtlijn
Europese Richtlijn Nationale Emissiemaxima (2001/81/EG) met als doel de luchtemissies van verzurende, vermestende en ozonvormende stoffen te beperken. In die richtlijn worden aan de EU-15 lidstaten maximale emissieplafonds opgelegd voor de 4 gasvormige polluenten SO2, NOx, NMVOS en NH3.
PM10
fractie van de stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 µm.
PM2,5
fractie van de stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 2,5 µm.