Deze indicator vergelijkt de milieudruk van de industrie met de productie-index (conjunctuur-indicator die de evolutie van de industriële productie weergeeft). Ontkoppeling treedt op wanneer de drukindicator trager stijgt dan de activiteitsindicator. De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator constant blijft of daalt. De ontkoppeling is relatief als de drukindicator stijgt, maar minder snel dan de activiteitsindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot milieuwinst.
Milieudruk daalt met uitzondering van energiegebruik
In de periode 2000-2010 zijn de industriële emissies en lozingen duidelijk gedaald. Enkel het industriële energiegebruik lag in 2010 hoger dan in 2000. Vooral in de periode 2000 tot 2007 slaagde de industrie erin haar absolute milieudruk te verminderen bij een stijgende activiteit (productie-index +13 % in 2007 t.o.v. 2000). Dit dankzij verschillende maatregelen zoals het inzetten van minder milieubelastende brandstoffen, end-of-pipe-technieken, procesmaatregelen, organisatorische en structurele bedrijfsaanpassingen, energiebesparende maatregelen en WKK’s. De broeikasgasemissies zijn vooral gedaald door een emissiereductie van de F-gassen en niet van CO2.
In de periode 2008-2010 volgde de (absolute waarde van) milieudruk in grote lijnen de evolutie van de industriële activiteit, op haar beurt bepaald door de financieel-economische crisis. De productie-index van de industrie daalde in die periode met 9 %, de meeste emissies en lozingen volgden die dalende trend. Maar de emissie van broeikasgassen en het energiegebruik stegen echter licht met 6 % en 4 %.
Laatst bijgewerkt
Februari 2012