Download Pdf Print
geen 

Ruimtegebruik door wonen

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
De woonfunctie gebruikt een aanzienlijk deel van de beschikbare ruimte in Vlaanderen en neemt daardoor een sleutelpositie in in de milieudruk van de huishoudens. Ook de locatie waar we ons vestigen (stad of platteland) heeft invloed op het milieu: door bebouwing van het platteland neemt de druk op de schaarse open ruimte in Vlaanderen nog toe. De indicator toont de gemiddelde jaarlijkse verandering in oppervlakte per gemeente die wordt ingenomen door de woonfunctie. 

Figuren

Evolutie van de oppervlakte ingenomen door wonen (Vlaanderen, 2003-2009)
Bron: MIRA op basis van gegevens ADSEI / Kadaster

Verloop

Druk op open ruimte neemt toe
In 2010 werd 1 566 km2 of 11,6 % van de totale oppervlakte van Vlaanderen (13 522 km2) gebruikt voor de woonfunctie. In 1990 was dit 1 104 km2 of 8,2 %. Dit is een stijging met 41,8 %. Per inwoner komt dit overeen met 251 m2 in 2010, ten opzichte van 192 m2 in 1990. De druk op de open ruimte door de woonfunctie is dus belangrijk, en is in de periode 1990-2010 nog sterk toegenomen. In 2010 wordt bijna de helft (43,9 %) van de geürbaniseerde oppervlakte (wegen, bebouwde gronden en aanverwante terreinen) ingenomen door woongebieden, in 1990 was dit nog maar 38,4 %.

Het aandeel van de oppervlakte voor wonen in de totale kadastrale oppervlakte is ruimtelijk sterk verschillend. Het aandeel is het hoogst in de gemeenten rond Brussel, Antwerpen, Mechelen, Gent en Kortrijk. Van de 308 Vlaamse gemeenten zijn er 37 gemeenten waar het woongebied in 2009 meer dan 20 % van de oppervlakte inneemt. Bij slechts 17 gemeenten (voornamelijk in de Westhoek) neemt de oppervlakte voor wonen minder dan 5 % van het grondgebied in.

De oppervlakte voor wonen per gemeente nam in de periode 2003-2009 toe met gemiddeld 1,25 % per jaar. De grootste toename van het ruimtegebruik voor wonen situeert zich vaak buiten de steden, bv. in de provincie Antwerpen waar de grootste toename niet in de onmiddellijke nabijheid van het stadsgewest plaatsvond. Ook in noord-Limburg en de Westhoek is de groei groot. Deze evolutie staat lijnrecht tegenover de doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om de aangroei van de bebouwde oppervlakte in het buitengebied niet groter te laten worden dan in het verstedelijkte gebied.

Laatst bijgewerkt

Januari 2011

Contactpersoon bij MIRA

Soetkin   Maene

Woordenboek

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV)
beleidsdocument, gepubliceerd in 1997, dat het kader aangeeft voor de gewenste ruimtelijke structuur in Vlaanderen. Het geeft een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling en is erop gericht samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen die de ruimtelijke ordening aanbelangen. Het RSV heeft als tijdshorizon 2007 en omvat een aantal bindende bepalingen die van belang zijn voor o.a. het natuurbehoud.