Download Pdf Print
geen 

Inkomen en koopkracht van de bevolking

Driving Forces (maatschappelijke activiteiten), legende opent in pop-up
De levenswijze en het verbruik van een individu worden beïnvloed door het inkomen en de koopkracht. Veranderingen in inkomen en koopkracht beïnvloeden dan ook de milieudruk van de huishoudens. Het inkomen en de bestedingen van de huishoudens worden opgevolgd aan de hand van de huishoudbudgetenquête. Via deze enquête wordt jaarlijks een steekproef van ongeveer 1700 à 1800 Vlaamse huishoudens ondervraagd over hun inkomsten en bestedingen.

Figuren

Evolutie van het beschikbaar inkomen en van de koopkracht per huishouden (Vlaanderen, 2000-2008)
Bron: MIRA op basis van gegevens ADSEI

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Inkomen stijgt, koopkracht schommelt

In de periode 2000-2008 nam het gemiddeld beschikbaar per huishouden toe met 14,4 %. In diezelfde periode zijn ook de prijzen gestaag toegenomen, wat blijkt uit de consumptieprijs-index of index der kleinhandelsprijzen. De koopkracht (de verhouding van het beschikbaar inkomen ten opzichte van de consumptieprijs-index) vertoont een schommelend verloop.

Het beschikbaar inkomen van een gemiddeld Vlaams huishouden (de som van wat de gezinnen sparen en uitgeven) bedroeg 39 448 euro in 2008. Aangezien het bestedingspatroon van de huishoudens die tot het derde en vierde inkomenskwartiel behoren anders is dan dit van de eerste twee inkomenskwartielen moet men voor de milieudruk hiermee rekening houden. Het beschikbaar inkomen van een huishouden uit het eerste kwartiel (vaak kleine huishoudens: ouderen of jonge volwassenen) bedroeg in 2008 gemiddeld 18 381 euro. Het beschikbaar inkomen van een huishouden uit het vierde kwartiel (veelal jonge actieven met kinderen) was ongeveer 3,5 keer meer, 65 877 euro.

Inkomen per huishouden beïnvloedt bestedingen en milieudruk

Het inkomen en de koopkracht beïnvloeden de levenswijze en het verbruik van de huishoudens. Naargelang het inkomen stijgt wordt er per persoon meer uitgegeven aan kleding en schoeisel, meubelen, huishoudelijke toestellen en benodigdheden en verbruiksuitgaven voor voertuigen. Deze hogere uitgaven kunnen zowel op ‘meer’ als op ‘duurder’ (kwaliteit, merken, enz.) betrekking hebben. Ook neemt het aandeel van de uitgaven voor cultuur, ontspanning en reizen in de totale besteding toe. In het budget van het laagste kwartiel nemen de uitgaven voor het wonen (huur, verwarming, verlichting en water) een belangrijkere plaats in dan gemiddeld. Ook de uitgaven per persoon voor gezondheid en voeding, dranken en tabak zijn het hoogst voor de lagere inkomenskwartielen. Doordat het inkomen een bepalende factor in de consumptie blijkt te zijn, is ook de milieudruk per huishouden afhankelijk van het inkomen.

Laatst bijgewerkt

Januari 2011

Contactpersoon bij MIRA

Soetkin   Maene