De eco-efficiëntie vergelijkt milieudruk van de sector huishoudens (= drukindicator) met het aantal huishoudens (= de activiteitsindicator). Er is een verbetering van de eco-efficiëntie wanneer de groeisnelheid van de drukindicator lager is dan de groeisnelheid van de activiteitsindicator (ontkoppeling). De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator constant blijft of daalt. De ontkoppeling is relatief als de drukindicator stijgt, maar minder snel dan de activiteitsindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot milieuwinst.
Belasting oppervlaktewater en hoeveelheid restafval dalen
Het aantal huishoudens nam in de periode 2000-2009 toe met 9 %. In dezelfde periode halveerde de belasting naar het oppervlaktewater met biochemisch zuurstofverbruik (BZV). Deze daling is te danken aan de uitbreiding en de verbetering van de openbare waterzuivering. De hoeveelheid restafval daalde met 16 % tussen 2000 en 2003 en bleef in de volgende jaren vrij stabiel dankzij de succesvolle selectieve inzameling.
Toename van emissies in 2010 voornamelijk door hogere verwarmingsbehoefte
Het energiegebruik en de emissie van broeikasgassen door de huishoudens hangen grotendeels samen met gebouwenverwarming en schommelen in functie van de klimatologische omstandigheden. Sinds 2007 is er geen sprake meer van een absolute ontkoppeling en is er ook geen relatieve ontkoppeling tussen het aantal huishoudens versus het energiegebruik en de broeikasgasemissies. Dit komt voornamelijk door de hogere verwarmingsbehoefte. Tussen 2007 en 2010 steeg de verwarmingsbehoefte met 46 % als gevolg van de zeer strenge winter. Naast het energiegebruik is ook het type brandstof bepalend voor de emissies. De toename van de emissie van polycyclische aromatische koolstoffen (PAK’s) en de emissie van dioxines kan ook verklaard worden door de hogere verwarmingsbehoefte in 2010. Van de totale emissie van dioxines in 2010 was 31 % afkomstig van gebouwenverwarming en 69 % van illegale afvalverbranding in open lucht.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012