Energiesector


Terug naar overzicht
Download Pdf Print
geen 

(Koel)waterverbruik door de energiesector

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
De energiesector is de grootste verbruiker van water in Vlaanderen. Dit is bijna volledig op rekening te schrijven van het koelwaterverbruik. Het gros van dat koelwater wordt onttrokken aan oppervlaktewater (rivieren, kanalen etc.) en met een minimale chemische of fysische belasting na gebruik weer geloosd in het aangesproken waterreservoir. Toch verdient deze indicator een goede opvolging. De meeste klimaatscenario’s voor Vlaanderen tonen immers een daling van de gemiddelde zomerneerslag. Dat kan de laagste rivierdebieten tijdens droge zomers met meer dan 50 % doen dalen tegen het einde van de 21ste eeuw, met kansen op ernstig watertekort.

Deze indicator gaat per deelsector na in welke mate het (koel)waterverbruik varieert vanaf 2000.

Figuren

Waterverbruik binnen de energiesector (Vlaanderen, 2000-2009)
Bron: MIRA op basis van VMM

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Koelwaterverbruik energiesector domineert totaal watergebruik in Vlaanderen

In 2009 bedroeg het totaal waterverbruik in Vlaanderen inclusief koelwater 3 652 miljoen m³. Zonder koelwater bedroeg het totaal voor Vlaanderen dat jaar 690 miljoen m³. De energiesector had daarin een aandeel van 67 % (inclusief koelwater) of 7 % (exclusief koelwater).

De figuur geeft duidelijk aan dat het gros van het waterverbruik in de energiesector koelwater betreft. Tussen 2000 en 2009 is het totale waterverbruik van de energiesector gedaald met 16 %, net als het koelwaterverbruik. Voor de andere toepassingen van water is in diezelfde periode een daling met bijna 11 % opgetekend.

Kerncentrales vragen meeste koeling

Vooral voor de productie van elektriciteit wordt heel wat koelwater verbruikt, met name in kerncentrales en in conventionele thermische centrales (bv. steenkoolcentrales). In de kerncentrales schommelt het koelwaterverbruik rond de 1 400 miljoen m³ per jaar, onttrokken aan de Schelde. Het gros daarvan (circa 98,5 %) wordt na gebruik opnieuw geloosd. De rest verdampt via de koeltoerens.

Aangezien zowel de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd in kerncentrales als de hoeveelheid opgepompt koelwater slechts beperkt variëren in de periode 2000-2009, blijft de hoeveelheid koelwater ingezet per eenheid elektriciteit rond de 60 liter/kWh schommelen. Bij de conventionele thermische centrales is ondanks een vrij constant gebleven stroomproductie wel een daling te merken van 52 naar 43 liter/kWh. Hierbij speelt wellicht de shift van centrales op steenkool naar gasgestookte centrales met een hoger energetisch rendement een rol. Daarnaast wordt bij gasgestookte centrales soms ook gewerkt met luchtkoeling of hybride systemen (lucht + water).

Het koelwater voor de elektriciteitscentrales dient om de stoom die de turbine heeft doorlopen te condenseren tot water. De vermelde gegevens hebben betrekking op de hoeveelheid onttrokken oppervlaktewater voor gebruik als koelwater, en niet op de verdampte hoeveelheid. De literatuur geeft een gemiddeld koelwaterverbruik – in termen van verdampte hoeveelheden – van 1,8 liter per kWh eindgebruik voor thermische centrales in de Verenigde Staten. De kerncentrales in Doel laten een verdamping van 0,9 liter/kWh optekenen.

Ook raffinaderijen zetten heel wat koelwater in

Een Europese petroleumraffinaderij gebruikt gemiddeld zo’n 4 m³ koelwater per ton productiecapaciteit. Het koelwatergebruik van de Vlaamse petroleumraffinaderijen ligt volledig onder dit Europees gemiddelde, op één raffinaderij met open koelwatercircuit na, waarvan het gebruik bijna drie keer zo groot is als het Europees gemiddelde. Dit Europees gemiddelde is bepaald op zowel gesloten als open koelcircuits.

Maar daar waar de output van petroleumproducten bij raffinaderijen in Vlaanderen afnam van 1 607 naar 1 333 PJ tussen 2000 en 2009, vertoont de inzet van koelwater een stijging van 189 naar 198 miljoen m³. Het is niet direct duidelijk waaraan die stijging te wijten is.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Maart 2012

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers