Doelstellingen
1. Tegen 2010 wil Vlaanderen
6 % van het bruto binnenlands elektriciteitsgebruik opwekken uit hernieuwbare energiebronnen (doelstelling MINA-plan 3+ (2008-2010)) . Voor 'milieuvriendelijke elektriciteitsproductie' uit hernieuwbare energie en warmtekrachtkoppeling samen streeft Vlaanderen zo tegen 2010 naar een aandeel van 25 % ten opzichte van het bruto elektriciteitsgebruik (doelstelling Pact 2020).
2. Het Elektriciteitsdecreet bepaalt dat elektriciteitsleveranciers jaarlijks een stijgend percentage
groenestroomcertificaten (GSC’s; 1 GSC=1 MWh groene stroom) moeten indienen bij de VREG. De opgelegde quota stijgen van 0,8 % in 2002 naar 6 % van de certificaatplichtige leveringen in 2010. Doordat de leveringen boven 20 000 MWh aan grote stroomverbruikers gedeeltelijk zijn vrijgesteld van de certificaatplicht, valt de doelstelling voor GSC’s (doelstelling 2) lager uit dan de doelstelling inzake groene stroom (cf. doelstelling 1). Anderzijds komt vanaf 1 januari 2010 niet langer alle groene stroom in aanmerking voor GSC: bij kolencentrales met een vermogen van meer dan 50 MW
e komt maar 50 % van de stroom opgewekt uit de coverbranding van biomassa in aanmerking voor GSC, wanneer het aandeel van biomassa kleiner of gelijk is aan 60 %.
3. De nieuwe Europese richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen legt aan België op om tegen 2020
13 % van het energiegebruik te halen uit hernieuwbare energiebronnen. België – dat deze doelstelling nog niet heeft vertaald naar de gewesten – kan zelf bepalen of/hoe deze doelstelling verder wordt gespecificeerd naar groene stroom, groene warmte & koude en biobrandstoffen. In afwachting van doelstellingen per gewest, heeft Vlaanderen alvast beslist om de doelstelling voor GSC verder op te trekken naar 13 % in 2020.
Groene stroom goed voor 5,2 % van het elektriciteitsgebruikDe totale netto productie** van groene stroom nam in 2010 met 21 % toe ten opzichte van 2009. Dit leidde tot een aandeel van 6,0 % in de totale netto elektriciteitsproductie en een aandeel van 5,2 % in het bruto binnenlands elektriciteitsgebruik. Dit laatste cijfer blijft daarmee iets onder de beoogde 6 % (doelstelling 1), maar samen met het aandeel voor stroom opgewekt in WKK's (19,1 %) wordt in 2010 wel bijna het doel van 25 % milieuvriendelijk geproduceerde stroom gehaald.
Stroomproductie op basis van biologisch materiaal – voornamelijk coverbranding van biomassa in klassieke elektriciteitscentrales en verbranding van de biologische fractie in huisvuil – blijft de productie van groene stroom domineren. In 2010 werd voor de stroomproductie uit de 3 biologische fracties nog een stijging opgetekend: biomassa +5 %, organische fractie huishoudelijk afval +16 % en biogas +32 %.
Maar de installatie van nieuwe zonnepanelen deed het aandeel wind-, water- en zonne-energie in de groenestroomproductie toch oplopen van 20 % in 2009 naar 27 % in 2010. Terwijl de stroomopbrengst uit kleine waterkrachtcentrales en windturbines op land slechts met respectievelijk 1 % en 3 % toe nam in het laatste jaar, bedroeg de toename bij PV-installaties maar liefst 242 %. Hierbij speelde het gunstige ondersteuningsmechanisme voor PV een belangrijke rol. Zo krijgen installaties die in 2010 in dienst genomen werden nog een gegarandeerde prijs van 350 euro per groenestroomcertificaat (GSC) en dit gedurende 20 jaar. Voor installaties die in de eerste helft van 2011 geplaatst werden, daalt de prijsgarantie tot 330 euro en voor latere indiensttredingen is een variabel steunbedrag voorzien naargelang het geïnstalleerd vermogen en naargelang de datum van in diensttreding (hoe verder in de toekomst hoe lager het steunbedrag).
Doelstelling groenestroomcertificaten goed gehaald
Voor de inleveringsronde van 31 maart 2011 lag het quotum aan in te leveren groenestroomcertificaten (GSC’s) op 6,0 % van het aantal certificaatplichtige elektriciteitsleveringen in 2010. Ondanks dat dit quotum jaarlijks hoger komt te liggen, waren er al voor het 6
de opeenvolgende jaar meer certificaten in de markt aanwezig dan nodig om aan de doelstelling te voldoen. Leveranciers kunnen certificaten die ze niet nodig hebben om aan hun quotumplicht te voldoen, overdragen naar de volgende jaren.
Gezien het overschot aan certificaten voldeden de stroomleveranciers in Vlaanderen voor 99,99 % aan de certificaatplicht in maart 2011. Toch waren er ook 2 leveranciers die onvoldoende GSC’s inleverden. Zij dienen per ontbrekend GSC een boete van 125 euro te betalen, dus meer dan de gemiddelde marktprijs van 107 euro per GSC in 2010.
** Het overzicht van de groenestroomproductie per energiebron omvat de totale hoeveelheid netto geproduceerde groene stroom, dus ook de productiehoeveelheid die niet aanvaardbaar is voor de Vlaamse certificatenverplichting.