Beperkt aandeel in stralingsbelasting
Binnen Vlaanderen wordt de gemiddelde effectieve dosis aan radioactieve straling geschat op 4,1 mSv per jaar en per inwoner (figuur). Het overgrote deel daarvan is van natuurlijke oorsprong (2,1 mSv) of afkomstig van medische toepassingen (1,92 mSv).
Kerncentrales en nucleaire bedrijven geven bij normale werking slechts beperkte hoeveelheden straling vrij naar de omgeving. Hun bijdrage tot de bevolkingsdosis in Vlaanderen is dan ook zeer klein (< 1 %).
Aanhouding van de huidige nucleaire productiecapaciteit over een periode van 100 jaar zou leiden tot een toename van de individuele stralingsdosis van de wereldbevolking met 0,1 µSv/j. Voor Vlaanderen zou dit overeenkomen met een toename van de huidige gemiddelde blootstelling met 0,002 %.
Blootstelling ten gevolge van ganse splijtstofcyclus
UNSCEAR, een wetenschappelijke instelling van de Verenigde Naties, raamt de collectieve dosis voor de lokale bevolking (straal van enkele tientallen km) als gevolg van emissie van kerncentrales op 0,44 manSv/GWj. Opwerking en transport voegen daar nog 0,13 en <0,1 manSv/GWj aan toe. De UNSCEAR-schatting van de wereldwijde collectieve dosis door de nucleaire brandstofcyclus is veel groter: 50 manSv/GWj. Dit is de som van alle doses over de ganse wereldbevolking voor de komende 10 000 jaar als gevolg van 1 GWj nucleaire elektriciteitsproductie. De voornaamste bijdragen komen van het geloosde koolstof-14 en van de emissie van het edelgas radon uit de grote hoeveelheden langlevend radiumhoudend afval van de uraniumwinning. UNSCEAR schat de bijdrage voor het bergen van het laag- en middelactief afval van de kerncentrales laag in: respectievelijk 0,00005 en 0,5 manSv/GWj. Voor het hoogactief afval geeft UNSCEAR geen cijfers omdat er bij de publicatie van het rapport in 2000 nog geen enkele geologische berging in gebruik was.
Een continue nucleaire elektriciteitsproductie van 250 GWj* zou op lange termijn resulteren in een toename van de individuele dosis van de wereldbevolking met 1 µSv/j. Voor Vlaanderen zou dit overeenkomen met een toename van de huidige gemiddelde blootstelling met 0,02 %. Voor een beperkte productieperiode van 100 of 200 jaar wordt de mondiale toename geschat op respectievelijk 0,1 of 0,16 µSv/j.
* In 2009 werd mondiaal 292 GWj elektriciteit geproduceerd in kerncentrales, waarvan 5,1 GWj in België.