|
Download Pdf
|
Print
|
Hernieuwbare energie: groene stroom, groene warmte & koeling en biobrandstoffen
|
 |
Deze indicator gaat na in welke mate Vlaanderen de verschillende vormen van hernieuwbare energie inzet: groene stroom, groene warmte & koeling en biobrandstoffen voor transport.
Naar 13 % hernieuwbare energie in 2020
De Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie van 2009 (2009/28/EG) verplicht België om het aandeel hernieuwbare energie in het bruto finaal energiegebruik op te trekken van 2,2 % in 2005 naar 13 % in 2020. Om deze doelstelling te toetsen wordt rekening gehouden met de inlandse productie van zowel groene stroom als groene warmte & koeling, en met het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor transportdoeleinden (zowel biobrandstoffen in verbrandingsmotoren als groene stroom in elektrische voertuigen). De onderhandeling over de verdeling van de Belgische doelstelling tussen de gewesten en een federale bijdrage (bv. via stroomproductie in offshore windparken) loopt nog.
Groei hernieuwbare energie steunt vooral op biomassa
In Vlaanderen kennen de 3 hernieuwbare fracties een duidelijke groei sinds 2005. Ondanks de sterke stijging van het geïnstalleerd vermogen aan PV-cellen en windturbines, staat verbranding van biomassa in voor ruim twee derden (69 %) van de toename aan groenestroomproductie sinds 2005. Bij groene warmte is de bijdrage van biomassa (95,8 % in 2010; met inbegrip van biogas en bio-olie) vergeleken met die van warmtepompen, zonneboilers en warmtepompboilers (4,2 %) nog nadrukkelijker. Bij transport op hernieuwbare energiebronnen domineren de biobrandstoffen (98,9 %) op de inzet van groene stroom (1,1 %). Hier is ook duidelijk het effect merkbaar van de invoering van accijnsvrije productiequota (eind 2006) en van de verplichting om 4 volumeprocent* biobrandstoffen bij te mengen in benzine en diesel (sinds juli 2009).
Met aandelen van respectievelijk 5,5 % (groene stroom), 2,5 % (groene warmte) en 4,8 % (biobrandstoffen) blijkt Vlaanderen in 2010 een aandeel van 3,4 % hernieuwbare energie te halen in het totaal bruto finaal energiegebruik zoals gedefinieerd in de Richtlijn 2009/28/EG. In voorgaande jaren liep dit cijfer al stelselmatig op van 1,3 % in 2005 naar 3,0 % in 2009. Voornamelijk inzake groene warmte & koude zullen nog vorderingen moeten gemaakt worden om de eerste tussentijdse doelstelling voor 2011-2012 (nl. 4,36 %) tijdig te halen. Daartoe werkte de Vlaamse overheid in 2011 een Actieplan Groene Warmte uit, dat o.a. voorziet in een nieuw steunmechanisme (exploitatiesteun) voor de benutting van groene warmte & koude in (ver)nieuw(d)e installaties met een vermogen groter dan 1 MW. Van de doelstelling voor hernieuwbare energie die België voor 2020 kreeg opgelegd (13 %), is Vlaanderen nog een eind verwijderd.
* volumeprocenten verschillen van procenten uitgedrukt in energetische eenheden: dezelfde volumes diesel en biodiesel hebben een andere energetische inhoud. Hetzelfde geldt voor benzine en bio-ethanol.
Laatst bijgewerkt
December 2011