Energiesector


Terug naar overzicht
Download Pdf Print
geen 

Energiegebruik per sector

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
De vraag naar energie door de verschillende sectoren in Vlaanderen is de sturende kracht voor de ontwikkeling van de energiesector, en in belangrijke mate een verklarende factor voor het verloop van de activiteits- en milieudrukindicatoren van die energiesector.

Deze indicator gaat na hoe het energiegebruik van de verschillende sectoren evolueert.

Figuren

Energiegebruik per sector (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA (VMM) op basis van Energiebalans Vlaanderen (VITO)

Cijfers en figuur in Excel.
Relatieve evolutie energiegebruik per sector (Vlaanderen, 2000-2010)
Bron: MIRA (VMM) op basis van Energiebalans Vlaanderen (VITO)

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Koude winter en heropleving economie doorbreken trend naar een lager energiegebruik

Na 4 jaren van dalend energiegebruik steeg het bruto binnenlands energiegebruik (BBE) van Vlaanderen in 2010 met ruim 10 % (eerste figuur). Op de energiesector na lieten alle sectoren een hoger energiegebruik optekenen. Belangrijkste oorzaken van deze opmerkelijke stijging zijn het hernemen van de bedrijfsactiviteiten na de financieel-economische crisis van 2008/2009, en de uitzonderlijk strenge wintermaanden in 2010. De verwarmingsbehoefte, uitgedrukt in aantal graaddagen, lag in 2010 maar liefst 26 % hoger dan in 2009. Met een gemiddelde temperatuur van slechts 1,8 °C had 2010 dan ook op één jaar na de koudste wintermaanden van de afgelopen 2 decennia.

Voor de meeste sectoren komt het energiegebruik in 2010 uit boven het niveau van 1990. Enige uitzondering hierop is de landbouw. De tweede figuur zoomt in op de evolutie van het energiegebruik per sector na 2000. Hier blijkt duidelijk dat afgelopen decennium het energiegebruik het sterkst is gestegen bij de sector handel & diensten. Oorzaak hier is naast de koude wintermaanden van 2010 het sterk gestegen activiteitsniveau: de bruto toegevoegde waarde van deze sector nam toe met 21 % tussen 2000 en 2010. Ook de huishoudens, waar meer dan vier vijfden van het energiegebruik dient voor de verwarming van woningen, lieten een sterke stijging zien in het laatste jaar.

Door de crisis was het activiteitsniveau in alle industriële deelsectoren sterk gedaald in 2009, met een verminderde energievraag tot gevolg. In 2010 trok de economie opnieuw aan. Zo nam in 2010 het productieniveau van de industrie uitgedrukt in de productie-index met 7 % toe. Erg energie-intensieve deelsectoren zoals de chemie en de metallurgie zagen hun activiteitsniveau nog sterker toenemen: beiden +21 %. Dit had tot direct gevolg dat ook het niet-energetisch energiegebruik, waarvoor voornamelijk de chemische industrie verantwoordelijk is, met ruim 21 % toenam. Het energetisch energiegebruik van de industrie nam het laatste jaar toe met 15 %, en steeg daarmee uit tot boven het niveau van net voor de crisis.

Na het licht stijgend verloop tussen 2000 en 2008 was in 2009 bij transport een duidelijke terugval van het energiegebruik te zien als gevolg van een daling van vooral het goederentransport. In 2010 groeien de transportstromen opnieuw, met een toenemend energiegebruik tot gevolg.

De energieverliezen bij transformatie, transport en distributie van energie en het eigen energiegebruik van de energiesector (vooral elektriciteitscentrales, raffinaderijen en aardgasdistributie) worden apart besproken in een andere indicatorfiche.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

December 2011

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers

Woordenboek

Bruto binnenlands energiegebruik (BBE)
totaal primair energiegebruik van een land of regio verminderd met de energie die gebruikt wordt voor de internationale scheepvaart- en luchtvaartbunkers. Het is ook de som van het energiegebruik door alle eindgebruikers enerzijds en de energieverliezen (o.a. door transformatie) en het eigen energiegebruik door de energiesector anderzijds.
Graaddagen
eenheid gebruikt om de verwarmingsbehoefte in een jaar te bepalen. Elke gemiddelde etmaaltemperatuur wordt vergeleken met een constant etmaalgemiddelde van 15 °C, dat wil zeggen elke graad die de gemiddelde etmaaltemperatuur beneden de 15 °C ligt, wordt een graaddag genoemd. Alle etmalen van het jaar opgeteld, leveren het aantal graaddagen per jaar op. Hoe meer graaddagen een jaar heeft, hoe kouder het geweest is en hoe meer brandstof voor verwarming nodig geweest zal zijn. Een gemiddeld/normaal jaar telt 2 087,6 graaddagen.
Niet-energetisch gebruik van energiedragers
verbruik van energiedragers als grondstof voor het aanmaken van andere producten (bv. aardgas voor kunstmestproductie) of verbruik voor niet-energetische doeleinden (bv. verbruik als smeermiddel).
Productie-index
conjunctuurindicator die de evolutie van de industriële productie registreert. De productie-index wordt samengesteld door het NIS aan de hand van maandelijkse enquêtes over inputgegevens (inzet van arbeid, energie en grondstoffen) en outputgegevens (productiewaarde, waarde van leveringen, productie in hoeveelheid per product). De enquêtes zijn verplicht voor alle bedrijven met minstens 10 werknemers of met een omzet van minstens 2,5 miljoen euro.
Rationeel energiegebruik (REG)
leveren van energiediensten (verlichting, drijfkracht enz.) met een minimum aan energiegebruik en met de energievorm van de laagste kwaliteit die nog volstaat.