Energiesector


Terug naar overzicht
Download Pdf Print
geen 

Energiegebruik per energiedrager

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
Deze indicator geeft het verloop van de vraag naar energie in Vlaanderen weer, opgedeeld naar type energiedrager. De vraag per type energiedrager is een sturende kracht voor de ontwikkeling van de energiesector, en in belangrijke mate een verklarende factor voor het verloop van de activiteits- en milieudrukindicatoren van die energiesector.

Figuren

Bruto binnenlands energiegebruik per energiedrager (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA (VMM) op basis van Energiebalans Vlaanderen VITO

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Algemene stijging

Alle energiedragers opgenomen in de figuur vertonen een stijging van 2009 naar 2010. Die stijging wordt in belangrijke mate verklaard door de erg koude wintermaanden van 2010 en het heropleven van de economie na de financieel-economische crisis van 2008/2009. De stijging was het grootst bij de petroleumproducten (+74 PJ) en aardgas (+46 PJ). Ook de netto invoer van elektriciteit nam merkelijk toe (+11 PJ).

Kolen op de terugweg

Voornamelijk staalbedrijven (58 % in 2010), enkele elektriciteitscentrales (29 %) en de chemische industrie (7 %) gebruiken steenkool, cokes of koolteer. Het gebruik van die vaste brandstoffen is met bijna de helft afgenomen in de periode 1990-2010. Dit komt vooral door minder steenkoolgebruik bij elektriciteitsproductie (-66 % in 2010 t.o.v. 1990) en in mindere mate door de sluiting van een cokesfabriek in 1996 en het bijna verdwijnen van steenkool als brandstof voor de verwarming van woningen (-57 % in 2010 t.o.v. 1990).

Het losbreken van de financieel-economische crisis in 2008 – met een verminderde vraag naar o.a. staal tot gevolg – deed ook het industriële gebruik van steenkool en cokes nog sneller teruglopen in 2008 en 2009. In 2010 veerde het gebruik van vaste fossiele brandstoffen in de industrie weer op naar het niveau van 2007.

Het aandeel vaste fossiele brandstoffen in het totaal Vlaams BBE bedroeg 7,8 % in 2010. In 1990 was dit nog 19,7 %.

Effect financieel-economische crisis op vraag naar petroleumproducten uitgewist

De consumptie van vloeibare brandstoffen zoals zware stookolie, huisbrandolie, diesel en benzine kende wel een stijging (+29 % in 2010 t.o.v. 1990). De helft van die stijging vondt plaats in het laatste jaar (2010), bij het hernemen van de economie en de transportstromen na het crisisjaar 2009. Belangrijkste oorzaken van die stijging over langere termijn zijn de sterke toename van het dieselgebruik in de transportsector (+52 % in 2010 t.o.v. 1990) en de uitzonderlijke toename van het niet-energetisch gebruik van nafta voor de productie van o.a. propeen en etheen in de chemische sector. En door de koude wintermaanden kwam ook het gebruik van huisbrandolie op het hoogste niveau in jaren te liggen.

Aardgas zet opgang voort

De gasvormige brandstoffen kenden zowel een stijging in hun consumptie (+140 % in 2010 t.o.v. 1990) als in hun aandeel in het BBE (29 % in 2010 t.o.v. 17 % in 1990). De belangrijkste oorzaken zijn het toegenomen gebruik van aardgas in de energiesector en de industrie (investeringen in STEG's en WKK), een uitzonderlijke toename in de chemische sector door het niet-energetisch gebruik van aardgas voor de productie van o.a. ammoniak, en de stijgende populariteit van aardgas voor zowel gebouwenverwarming als (in mindere mate) de bereiding van warm tapwater. Bij huishoudens is het gebruik van aardgas met 83 % gestegen in 2010 t.o.v. 1990, bij handel & diensten zelfs met 160 %.

De evolutie van het gebruik van hoogoven- en cokesovengas hangt nauw samen met het gebruik van vaste brandstoffen in de ijzer- en staalindustrie. In Vlaanderen produceert enkel Arcelor te Gent nog deze restgassen. Arcelor verkoopt een gedeelte van het hoogovengas als brandstof aan de elektriciteitssector.

Fossiele brandstoffen blijven instaan voor vier vijfden van het energiegebruik

Fossiele brandstoffen (kolen, petroleumproducten, gassen en andere brandstoffen) blijven de energiemix in Vlaanderen domineren. Al sinds 1990 schommelt hun aandeel in het BBE rond de 82 %. Ook de opkomst van hernieuwbare energiebronnen kon daar nog niet veel aan verhelpen: in 2010 waren de inzet van biomassa en de primaire stroomproductie uit wind-, water- en zonne-energie respectievelijk goed voor 3,0 % en 0,2 % van het BBE. 

Aandeel kernenergie loopt stilaan terug

De aanwending van splijtstoffen door de kerncentrales is met 13 % gestegen in 2010 t.o.v. 1990. Over de jaren heen neemt het nucleair aandeel echter langzaam af door de toename van het BBE bij een onveranderd aantal kernreactoren: de bijdrage van kernenergie tot het BBE is gedaald van 17 % in 1990 naar 14 % in 2010.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Februari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers

Woordenboek

BBE
bruto binnenlands energiegebruik
Hernieuwbare energiebron
energiebron die onuitputtelijk is en telkens opnieuw kan worden gebruikt voor het opwekken van energie. Voorbeelden zijn waterkracht, zonne-energie, windenergie, energie uit biomassa (bv. vergisting van groente-, fruit- en tuinafval, vergisting van mest of slib of verbranding van houtafval), aardwarmte, golfenergie en getijdenenergie.
STEG
stoom- en gasturbine of gasturbine met gecombineerde cyclus
WKK
warmtekrachtkoppeling