Energiesector


Terug naar overzicht
Download Pdf Print
geen 

Afhankelijkheid van import en aandeel decentrale/lokale energieproductie

Response (beleidsrespons), legende opent in pop-up
Deze indicator gaat na in welke mate Vlaanderen in zijn eigen energiebehoeften kan voorzien.

Bijkomend wordt ook nagegaan in welke mate de energievoorziening decentraal bebeurt: kort bij of door de eindgebruiker zelf.

Figuren

Primair energiegebruik en importafhankelijkheid (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: MIRA (VMM) op basis van Energiebalans Vlaanderen VITO

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Import domineert invulling Vlaamse energievraag

Vlaanderen heeft geen gekende reserves van uranium, aardolie of aardgas, en voert daarom het gros van de benodigde primaire energiebronnen in: 92,5 % in 2010 (figuur). Voor uranium zijn geen specifieke importcijfers voor Vlaanderen beschikbaar, maar wereldwijd zijn Kazachstan, Canada en Australië de grootste leveranciers. Voor aardgas en petroleumproducten rekent Vlaanderen vooral op aanvoer uit andere Europese landen (Nederland en Noorwegen voor aardgas; Rusland en Noorwegen voor aardolie), aangevuld met leveringen uit het Nabije- en Midden-Oosten.

Vlaanderen beschikt in het Kempens bekken nog over zo’n 40 miljard ton steenkool. Circa 5 miljard ton daarvan zou technisch winbaar zijn. Door de veel goedkopere prijzen op de wereldmarkt, werd in 1992 de ondergrondse ontginning stopgezet. Inmiddels voert Vlaanderen alle steenkool in, vooral uit Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Australië en Rusland. De Kempense steenkoolreserves bevatten ook methaangas, waarvan tot 53 à 79 miljard m³ technisch winbaar zou zijn.

Hoewel Vlaanderen erg afhankelijk blijft van ingevoerde energiebronnen, neemt die afhankelijkheid jaar na jaar licht af: van 95,3 % in 2002 naar 92,5 % in 2010. Het gros van de eigen, primaire energieproductie bestond in 2010 vooral uit andere** brandstoffen (90 PJ), biomassa (51 PJ) en warmte (7 PJ). Elektriciteit uit wind, water en PV - weliswaar de snelst groeiende fractie van de laatste jaren - was nog altijd maar goed voor 3,2 PJ op een primair energiegebruik van 2 021 PJ. Verder overschakelen op hernieuwbare energiebronnen is de sleutel voor een verhoogde zelfvoorzieningsgraad en een garantie op stabiele energievoorziening in de toekomst zoals beoogd in het Vlaamse Pact 2020.

Toename energieproductie door of dichtbij de gebruiker

In Vlaanderen is ook de beweging naar energieproductie dichtbij of door de eindgebruiker zelf ingezet. Installatie van WKK’s, PV-panelen, windturbines, zonneboilers, warmtepompen etc. deden zo het aandeel lokale energieproductie (stroom en warmte) in de totale Vlaamse energievraag (bruto binnenlands energiegebruik) stijgen van 32,9 % in 2008 over 34,1 % in 2009 naar 36,2 % in 2010. Dit cijfer omvat ook de warmte geproduceerd in verwarmingsketels bij eindgebruikers vertrekkende van stookolie, aardgas, biomassa enz..

** restbrandstoffen chemie en niet-hernieuwbare deel van de afvalverbranding

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

December 2011

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers

Woordenboek

Primair energiegebruik
hoeveelheid energie die een land of regio nodig heeft om gedurende een periode aan de vraag naar energie te kunnen voldoen. Het primair energiegebruik is gelijk aan de som van de primaire energieproductie en de netto invoer van energie.
Primaire energie
totale energie-inhoud van de ingekochte brandstoffen, plus de hoeveelheid brandstof die nodig is voor het opwekken van ingekochte, secundaire energiedragers zoals elektriciteit en warmte (stoom e.a.).