Doelstellingen
Ter verbetering van de energie- (en koolstof-)intensiteit streeft de Vlaamse Regering naar een vermindering van het energiegebruik met 20 % ten opzichte van het verwachte niveau in 2020 bij ongewijzigd beleid (doelstelling Pact 2020).
Daarnaast verplicht de Europese Richtlijn Energie-efficiëntie van 2006 de lidstaten om het finale energiegebruik van activiteiten die niet onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) vallen te beperken en de energie-efficiëntie ervan op te krikken. Deze verplichting is overgenomen in het Vlaams Actieplan Energie-efficiëntie, waarin staat aangegeven hoe Vlaanderen een besparing van het energiegebruik met 9 % nastreeft op het jaargemiddelde finaal binnenlands energiegebruik van de periode 2001-2005 tegen 2016 (telkens enkel op de fractie die onder het toepassingsgebried van Richtlijn 2006/32/EC valt). Dit betreft geen absolute reductie, maar een reductie gerealiseerd door bijkomend beleid ten opzichte van de evolutie bij ongewijzigd beleid. Naast de ETS-installaties vallen ook enkele andere energiegebruiken niet onder deze doelstelling, waarbij het niet-energetische energiegebruik, het energiegebruik in de niet-ETS-installaties bij stroomproducenten en raffinaderijen, en de brandstoffen voor binnenlands luchtverkeer. Deze uitsluitingen en het feit dat de doelstelling geformuleerd is ten opzichte van energiegebruik bij ongewijzigd beleid, maken dat de toetsing hiervan niet direct kan afgelezen worden uit de evolutie van de algemene energie-efficiëntie van Vlaanderen.
Trend naar een minder energie-intensieve economie abrupt onderbroken
Tussen 2003 en 2009 realiseerde Vlaanderen een duidelijke ontkoppeling tussen de economische groei en het energiegebruik. Daardoor daalde de energie-intensiteit van de Vlaamse economie met 11,7 % tussen 2000 en 2009. Die verandering van de energie-intensiteit was zowel het gevolg van :
- structurele effecten (verschuivingen van het belang van sectoren in de Vlaamse economie); als van
- wijzigingen in de energie-efficiëntie (bv. wijzigend energiegebruik per eenheid product of dienst).
De financieel-economische crisis remde de trend echter af in 2008 en 2009. Zo zagen energie-intensieve industriële deelsectoren zoals chemie en ijzer & staal hun activiteitsniveau sterker terugvallen dan hun totaal energiegebruik. En nieuwe investeringen in energiebesparende technologie werden geconfronteerd met aangescherpte criteria voor kredietverstrekking.
In 2010 is de trend zelfs helemaal omgebogen: de energie-intensiteit van Vlaanderen nam weer toe (+8,1 % in 1 jaar). De extreem koude wintermaanden van 2010 spelen hier een belangrijke rol, met name bij het energiege bruik door huishoudens, handel & diensten en de glastuinbouw. Maar daarnaast nam het energiegebruik in industriële installaties sneller toe dan het algemeen productieniveau, en blijkt uit voorlopige cijfers dat het energiegebruik voor transport sneller toenam dan de transportstromen zelf. De energiesector ging als enige tegen deze evolutie in door bij een licht hogere output het eigen energiegebruik en de omzettingsverliezen terug te dringen in 2010.
In twee decennia is Vlaamse economie bijna 30 % koolstofarmer geworden
Sinds 2003 is er ook een absolute ontkoppeling tussen de economische groei en de energiegerelateerde CO2-uitstoot. Daar waar het BBP tot 2008 jaar na jaar bleef stijgen, nam de energiegerelateerde CO2-uitstoot steeds verder af. In 2009 overtrof de daling in energiegerelateerde CO2-uitstoot de daling in BBP. Samen maakt dit dat de koolstofintensiteit met bijna 30 % is gedaald in de periode 1990-2009: van 599 naar 423 g CO2/euro. Maar net als voor de energie-intensiteit nam ook de koolstofintensiteit weer toe in 2010, namelijk met 7,4 %.
Alhoewel deze curve in zekere mate een gelijkaardig verloop kent met de energie-intensiteit, ligt de koolstofintensiteit systematisch lager door de omschakeling naar koolstofarmere brandstoffen. Vaste brandstoffen met een hoge CO2-emissiefactor werden vervangen, voornamelijk door aardgas met een lagere CO2-emissiefactor en door biomassa die als CO2-neutraal kan beschouwd worden. Ook de andere hernieuwbare energiebronnen ondersteunen de evolutie naar een koolstofarme economie.
Laatst bijgewerkt
December 2011