Energiesector


Terug naar overzicht
Download Pdf Print
geen 

Energie- en koolstofintensiteit van Vlaamse economie

Eco-efficiëntie, legende opent in pop-up

Bij de energie-intensiteit wordt nagegaan hoe de evolutie verloopt van het bruto binnenlands energiegebruik (BBE) per eenheid bruto binnenlands product (BBP).

Bij de koolstofintensiteit daarentegen gaan we na hoe de hoeveelheid energiegerelateerde CO2-emissie (incl. procesemissies in de chemie en emissies t.g.v. het niet-energetisch verbruik van brandstoffen) verloopt per eenheid BBP.

Om het effect van inflatie (indexaanpassingen) daarbij uit te schakelen wordt het BBP telkens uitgedrukt in kettingeuro’s met referentiejaar 2000.

Figuren

Energie-intensiteit en koolstofintensiteit (Vlaanderen, 2000-2010)
Bron: MIRA op basis van EiL (VMM), VITO en SVR

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Doelstellingen

Ter verbetering van de energie- (en koolstof-)intensiteit streeft de Vlaamse Regering naar een vermindering van het energiegebruik met 20 % ten opzichte van het verwachte niveau in 2020 bij ongewijzigd beleid (doelstelling Pact 2020).

Daarnaast verplicht de Europese Richtlijn Energie-efficiëntie van 2006 de lidstaten om het finale energiegebruik van activiteiten die niet onder het Europees Emissiehandelssysteem (ETS) vallen te beperken en de energie-efficiëntie ervan op te krikken. Deze verplichting is overgenomen in het Vlaams Actieplan Energie-efficiëntie, waarin staat aangegeven hoe Vlaanderen een besparing van het energiegebruik met 9 % nastreeft op het jaargemiddelde finaal binnenlands energiegebruik van de periode 2001-2005 tegen 2016 (telkens enkel op de fractie die onder het toepassingsgebried van Richtlijn 2006/32/EC valt). Dit betreft geen absolute reductie, maar een reductie gerealiseerd door bijkomend beleid ten opzichte van de evolutie bij ongewijzigd beleid. Naast de ETS-installaties vallen ook enkele andere energiegebruiken niet onder deze doelstelling, waarbij het niet-energetische energiegebruik, het energiegebruik in de niet-ETS-installaties bij stroomproducenten en raffinaderijen, en de brandstoffen voor binnenlands luchtverkeer. Deze uitsluitingen en het feit dat de doelstelling geformuleerd is ten opzichte van energiegebruik bij ongewijzigd beleid, maken dat de toetsing hiervan niet direct kan afgelezen worden uit de evolutie van de algemene energie-efficiëntie van Vlaanderen.

Trend naar een minder energie-intensieve economie abrupt onderbroken

Tussen 2003 en 2009 realiseerde Vlaanderen een duidelijke ontkoppeling tussen de economische groei en het energiegebruik. Daardoor daalde de energie-intensiteit van de Vlaamse economie met 11,7 % tussen 2000 en 2009. Die verandering van de energie-intensiteit was zowel het gevolg van :

  • structurele effecten (verschuivingen van het belang van sectoren in de Vlaamse economie); als van
  • wijzigingen in de energie-efficiëntie (bv. wijzigend energiegebruik per eenheid product of dienst).

De financieel-economische crisis remde de trend echter af in 2008 en 2009. Zo zagen energie-intensieve industriële deelsectoren zoals chemie en ijzer & staal hun activiteitsniveau sterker terugvallen dan hun totaal energiegebruik. En nieuwe investeringen in energiebesparende technologie werden geconfronteerd met aangescherpte criteria voor kredietverstrekking.

In 2010 is de trend zelfs helemaal omgebogen: de energie-intensiteit van Vlaanderen nam weer toe (+8,1 % in 1 jaar). De extreem koude wintermaanden van 2010 spelen hier een belangrijke rol, met name bij het energiege bruik door huishoudens, handel & diensten en de glastuinbouw. Maar daarnaast nam het energiegebruik in industriële installaties sneller toe dan het algemeen productieniveau, en blijkt uit voorlopige cijfers dat het energiegebruik voor transport sneller toenam dan de transportstromen zelf. De energiesector ging als enige tegen deze evolutie in door bij een licht hogere output het eigen energiegebruik en de omzettingsverliezen terug te dringen in 2010.

In twee decennia is Vlaamse economie bijna 30 % koolstofarmer geworden

Sinds 2003 is er ook een absolute ontkoppeling tussen de economische groei en de energiegerelateerde CO2-uitstoot. Daar waar het BBP tot 2008 jaar na jaar bleef stijgen, nam de energiegerelateerde CO2-uitstoot steeds verder af. In 2009 overtrof de daling in energiegerelateerde CO2-uitstoot de daling in BBP. Samen maakt dit dat de koolstofintensiteit met bijna 30 % is gedaald in de periode 1990-2009: van 599 naar 423 g CO2/euro. Maar net als voor de energie-intensiteit nam ook de koolstofintensiteit weer toe in 2010, namelijk met 7,4 %.

Alhoewel deze curve in zekere mate een gelijkaardig verloop kent met de energie-intensiteit, ligt de koolstofintensiteit systematisch lager door de omschakeling naar koolstofarmere brandstoffen. Vaste brandstoffen met een hoge CO2-emissiefactor werden vervangen, voornamelijk door aardgas met een lagere CO2-emissiefactor en door biomassa die als CO2-neutraal kan beschouwd worden. Ook de andere hernieuwbare energiebronnen ondersteunen de evolutie naar een koolstofarme economie.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

December 2011

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers

Woordenboek

Bruto binnenlands product (BBP)
indicator om de economische welvaart van een regio of land aan te duiden. Het is de som van de bruto toegevoegde waarde (tegen basisprijzen) die wordt geproduceerd in die regio of dat land gedurende één jaar, vermeerderd met productgebonden belastingen minus productgebonden subsidies.
Energetische efficiëntie
verhouding van de bruikbare of nuttige energie ten opzichte van de door de mens geïnvesteerde energie.
Energie-intensiteit
hoeveelheid energie gebruikt per fysische of economische eenheid van activiteit. Op niveau van een land of regio wordt als eenheid van activiteit het bruto binnenlands product (BBP) in constante prijzen (kettingeuro's met referentiejaar 2000) gehanteerd.
Kettingeuro
bij toepassing van kettingeuro's wordt de volumegroei tussen twee opeenvolgende periodes, t en t+1, berekend door de prijzen van het jaar t te gebruiken. Hierdoor is het prijseffect geëlimineerd en wordt de volumegroei accuraat aangegeven.
Koolstofintensiteit
hoeveelheid CO2 uitgestoten ten gevolge van energiegebruik en de andere energiegerelateerde CO2-emissies (procesemissies in de chemie en emissies ten gevolge van het niet-energetisch verbruik van brandstoffen in andere sectoren) per eenheid van bruto binnenlands product (BBP) in constante prijzen (kettingeuro's met referentiejaar 2000).
Ontkoppeling
treedt op wanneer de groeisnelheid van een drukindicator lager is dan de groeisnelheid van een activiteitsindicator of een economische indicator (uitgedrukt in constante prijzen). De ontkoppeling is absoluut als de groei van de drukindicator nul of negatief is. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is, maar minder groot dan die van de activiteits- of economische indicator.
Rationeel energiegebruik (REG)
leveren van energiediensten (verlichting, drijfkracht enz.) met een minimum aan energiegebruik en met de energievorm van de laagste kwaliteit die nog volstaat.