De emissie van zware metalen bij elektriciteitsproductie (eerste figuur) is vooral afkomstig van de verbranding van steenkool. Steenkool bevat van nature een hoeveelheid zware metalen, waarvan een klein deel in de atmosfeer wordt geëmitteerd als een fractie van het geloosde stof. De meeste zware metalen worden normaal vrijgegeven als componenten (zoals oxides, chlorides) samen met de stofdeeltjes. Enkel Hg is deels aanwezig in de dampfase. Minder vluchtige elementen condenseren gewoonlijk op het oppervlak van kleine deeltjes aanwezig in de verbrandingsgassen. De aanwezigheid van zware metalen in kolen is meestal enige keren groter dan in olie of aardgas. Stookolie bevat vooral Ni. Voor aardgas zijn soms emissies van (enkel) Hg relevant.
De emissies van metalen door de petroleumraffinaderijen (tweede figuur) zijn afkomstig van de fornuizen, de ketels en de regeneratoren van de katalytische krakers.
Het verloop van de emissie van zware metalen in de energiesector is een direct gevolg van verschuivingen in de brandstofkeuze (steenkool versus aardolieproducten of aardgas) en specifieke maatregelen ter beperking van de uitstoot van stofdeeltjes: ontstoffing door middel van elektro(statische) filters en natte gaswassers. Na een eerder wisselend of zelfs stijgend verloop, kent de uitstoot van zware metalen door zowel elektriciteitsproducenten als petroleumraffinaderijen nu al enkele jaren een aanhoudend, sterk dalend verloop: bij de elektriciteitsproducenten viel de uitstoot van zware metalen met 74 % terug in de periode 2005-2011, bij de petroleumraffinaderijen met 86 % in de periode 2004-2011. Bij beide deelsectoren zijn de reducties het grootst voor Ni. Daarnaast laten de elektriciteitsproducenten ook grote reducties optekenen voor alle andere zware metalen. Bij de raffinaderijen worden ook belangrijke reducties gerealiseerd voor Cr en Zn.