Energiesector


Terug naar overzicht
Download Pdf Print
geen 

Eco-efficiëntie van de energiesector in Vlaanderen

Eco-efficiëntie, legende opent in pop-up
Deze indicator vergelijkt de milieudruk van de energiesector (emissies en gebruik van water en energie) met een relevante activiteitsindicator (hoeveelheid geproduceerde energie bruikbaar voor eindgebruikers) van deze sector.

Ontkoppeling treedt op wanneer de groeisnelheid van een drukindicator lager is dan de groeisnelheid van de activiteitsindicator. De ontkoppeling is absoluut als de drukindicator stagneert of daalt bij een groei van het activiteitsniveau. De ontkoppeling is relatief als de groei van de drukindicator positief is maar minder groot dan die van de activiteitsindicator. Enkel absolute ontkoppeling leidt tot winst voor het milieu.

Figuren

Eco-efficiëntie van de energiesector (Vlaanderen, 2000-2010)
Bron: MIRA, op basis van VITO en VMM

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Rendement energieproductie neemt toe

De energetische output van de energiesector – dit is de som van de energie-inhoud van zijn eindproducten zoals motorbrandstoffen of elektriciteit – vertoont na 2002 een daling. In 2010 zien we een stijging met 3 %, wat vrij beperkt is in vergelijking met de stijging van het bruto binnenlands energiegebruik (+10 %) en van het primair energiegebruik (+7 %) dat jaar in Vlaanderen. 

Het eigen energiegebruik en de energieverliezen bij de transformatie, het transport en de distributie van energiebronnen zijn daarentegen licht gedaald in 2010. Dit duidt op een iets hoger rendement.

Petroleumraffinaderijen hebben het belangrijkste aandeel in de energetische output (87 %), en het verloop van de output-curve is dan ook vooral bepaald door die raffinaderijen. De verhouding tussen de output van geraffineerde producten voor eindgebruikers en de input van primaire energiebronnen (aardolie) schommelt al jaren tussen 98,1 % en 99,8 %.

Bij de productie en distributie van elektriciteit & warmte zijn nog rendementswinsten mogelijk. Deze deelsector laat een verbetering van het netto rendement optekenen van 40,2 % in 2000 naar 42,8 % in 2010. Door een toename van de stroomproductie in WKK-installaties en door efficiëntiewinsten in andere installaties nam de productie aan elektriciteit en nuttige warmte toe van 196 PJ in 2000 naar 215 PJ in 2010, zonder toename van de transformatie- en netverliezen of het eigen energiegebruik.

Uitstoot meeste luchtpolluenten meer dan gehalveerd

Ten opzichte van 2000 is er een duidelijke absolute ontkoppeling voor de emissies van ozonprecursoren (-60 %), verzurende stoffen (-71 %), zware metalen (-73 %) en fijn stof (-84 %). Deze emissies zijn sterk afhankelijk van het steenkoolgebruik in elektriciteitscentrales. De emissie van broeikasgassen vertoont een schommelend verloop rond het niveau van 2000, en is zelfs minder gedaald dan de energetische output van de sector.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Januari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers

Woordenboek

Bruto binnenlands energiegebruik (BBE)
totaal primair energiegebruik van een land of regio verminderd met de energie die gebruikt wordt voor de internationale scheepvaart- en luchtvaartbunkers. Het is ook de som van het energiegebruik door alle eindgebruikers enerzijds en de energieverliezen (o.a. door transformatie) en het eigen energiegebruik door de energiesector anderzijds.
Eco-efficiëntie
vergelijking van de milieudruk die een sector/regio teweegbrengt (emissies, brongebruik) met een activiteitenindicator van deze sector/regio (productie, volume, bruto toegevoegde waarde ...). Een winst in eco-efficiëntie leidt slechts tot winst voor het milieu wanneer de druk ook in absolute cijfers daalt.
Primair energiegebruik
hoeveelheid energie die een land of regio nodig heeft om gedurende een periode aan de vraag naar energie te kunnen voldoen. Het primair energiegebruik is gelijk aan de som van de primaire energieproductie en de netto invoer van energie.
Warmtekrachtkoppeling (WKK)
gelijktijdige omzetting van een energiestroom in kracht (mechanische energie) en warmte (thermische energie) met nuttige bestemming. Afhankelijk van het proces en de bestemming wordt de warmte op verschillende temperatuurniveaus geleverd. De kracht drijft doorgaans een generator voor elektriciteit aan of soms rechtstreeks een machine (pomp, compressor …).