Deze indicator vergelijkt de stroomproductie in de Vlaamse kerncentrales (alle 4 gelegen in Doel) met de hoeveelheid laag- en middelactief radioactief afval (categorie A en B) die de centrales produceren. Concreet betreft het de hoeveelheden afval die jaarlijks na conditionering worden afvoerd naar NIRAS (Belgoprocess) voor tijdelijke opslag in afwachting van definitieve berging.
Ook de productie van hoogactief kernafval wordt besproken.
Kentering in dalend verloop laag- en middelactief afval bij nucleaire stroomproductie
In de jaren negentig is de hoeveelheid laag- en middelactief radioactief afval per eenheid opgewekte elektriciteit sterk afgenomen in de kerncentrales van Doel (zie figuur). De afvoer naar NIRAS lag in 2000 en 2001 praktisch stil om administratieve redenen. In 2002 kwam ze met een inhaalbeweging terug op gang, gevolgd door een stabilisatie rond het midden van het decennium.
Maar de laatste jaren neemt de hoeveelheid afval per geproduceerde eenheid elektriciteit weer toe, vooral als gevolg van de uitgevoerde onderhoudsactiviteiten en aanverwante activiteiten. Een groot gedeelte van het volume laag- en middelactief afval is immers niet direct gebonden aan de hoeveelheid geproduceerde stroom, maar wordt eerder bepaald door werkzaamheden aan de installaties en onderhoud.
Diverse fracties hoogactief afval
De figuur houdt geen rekening met de 120 ton hoogactieve bestraalde kernbrandstof die elk jaar in België ontstaat en waarvan ongeveer de helft afkomstig is van Doel. De hoeveelheid hoogactief afval die een kerncentrale voortbrengt, is wel sterk afhankelijk van de hoeveelheid geproduceerde elektriciteit.
De totale hoeveelheid bestraalde kernbrandstof, ontladen uit de reactoren in Doel sinds de start van de elektriciteitsproductie, bedroeg 1 736 ton uranium eind 2010. Het grootste deel ervan, 1 425 ton uranium, ligt op de site in Doel opgeslagen in splijtstofdokken of in roestvrij stalen containers. Eind 2010 was daarmee 45 % van de huidige opslagcapaciteit benut.
De overige 311 ton uit Doel werd in het Franse La Hague opgewerkt om er nog splijtbaar materiaal uit te halen. Het hoogradioactief afval, voornamelijk splijtingsproducten, dat na opwerking overblijft, werd ter plaatse ingebed in borosilicaatglas en vervolgens in roestvrij stalen containers gegoten. In totaal werden 387 glascontainers (voor Doel en Tihange samen) van Frankrijk naar Belgoprocess in Dessel overgebracht waar ze gedurende meer dan 50 jaar worden gekoeld in afwachting van berging in een stabiele geologische laag. Het laatste transport van verglaasd opwerkingsafval vond plaats op 3 april 2007.
Uit La Hague moet ook nog ongeveer 80 m³ gecompacteerd middelactief langlevend afval terugkeren. Dit afval bestaat uit de resten van structuren van splijtstofelementen (hulzen en eindstukken) en ander metaalafval. Tussen 2010 en 2013 zullen 9 transporten met gecompacteerd afval naar Belgoprocess in Dessel plaats vinden, en vanaf 2015 nog eens 3 transporten met verglaasd middeldactief afval. Midden 2011 zijn reeds 3 van die eerste 9 transporten in Dessel aangekomen.
Laatst bijgewerkt
Juli 2011