De kaart toont de gebieden die overstroomd werden in de periode 1988-2010.
Recent overstroomde gebieden
De totale oppervlakte van de recent overstroomde gebieden bedraagt ongeveer 5 % van het Vlaamse Gewest. Deze kaart is een belangrijk beleidsinstrument, onder meer voor de advisering van vergunningen in het kader van de watertoets en de opmaak van overstromingskaarten voor de verzekering tegen natuurrampen.
De Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid maakte een globale evaluatie van de overstromingen van november 2010, die zeer grote overstromingsschade aanrichtten. Daaruit blijkt onder meer dat:
- Het principe om water eerst zo veel mogelijk vast te houden, dan te bergen en ten slotte pas traag af te voeren nog te weinig wordt toegepast.
- Er nood is aan bijkomende overstromingsgebieden om piekdebieten te kunnen opvangen.
- Er onvoldoende buffercapaciteit is voorzien bij grote verhardingen zoals parkings, verkavelingen en gewestwegen.
- De watertoets verder uitgebouwd moet worden tot een krachtig instrument.
- De gewestelijke stedenbouwkundige verordening meer moet focussen op het ter plaatse vasthouden van hemelwater.
Naar een beheer van de overstromingsrisico’s
In periodes van hoog water werd vroeger vaak gekozen om water zo snel mogelijk af te voeren. De geschiedenis leert dat het overstromingsgevaar hierdoor niet afneemt, maar zich verplaatst naar stroomafwaartse gebieden. In de Europese Overstromingsrichtlijn ligt de nadruk dan ook op beperken van:
• economische gevolgen (de schade die optreedt door wateroverlast);
• gevolgen voor de mens en de sociale gevolgen (slachtoffers, getroffenen);
• ecologische schade;
• schade aan cultureel erfgoed.
Risicoberekeningen laten toe de gevolgen van overstromingen in te schatten. Die berekeningen brengen niet enkel de kans dat een bepaalde overstroming zich voordoet in rekening, maar ook de gevolgen (schade) ervan.
Die schade kan sterk verschillen naargelang het bodemgebruik. Het huidige beleid is er dan ook op gericht overstromingen te laten plaatshebben in gebieden waar de aangerichte schade minimaal is. Daarbij wordt gekeken naar de 4 categorieën uit de Overstromingsrichtlijn.
Een breed maatschappelijk overleg, gevoed door risicoanalyses, moet leiden tot een selectie van maatregelen. Daarbij spelen niet enkel de kosten en de baten van maatregelen een belangrijke rol, maar ook de spreiding ervan over de betrokken actoren waaronder waterbeheerders, ruimtelijke ordening en verzekeringen. De geselecteerde maatregelen moeten tegen eind 2015 opgenomen worden in de nieuwe overstromingsrisicobeheerplannen.
Laatst bijgewerkt
Juli 2011