Het totale volume water dat een waterloop afvoert, bestaat uit twee componenten. De directe run-off of de oppervlakkige afvoer is de component die de directe reactie vormt van het stroomgebied op een regenbui. Over het algemeen bereikt het deel van de neerslag dat oppervlakkig afstroomt na enkele uren of dagen de onbevaarbare waterloop. De basisafvoer is het deel van de totale afvoer dat veel trager reageert op de neerslag en voor een groot deel via het grondwater de waterloop bereikt. Analyse van het afvoergedrag van waterlopen kan informatie opleveren over de kansen op overstromingen en op verdroging. Immers, als het totale debiet en de directe afvoer stijgen, stijgen de kansen op overstromingen. Als het basisdebiet daalt, is dat een aanwijzing voor verdroging.
Aanwijzingen voor verhoogde kans op verdroging
Omdat de trends per station sterk kunnen verschillen, geeft de figuur gemiddeldes van 9 meetstations. In de periode 1972-2009 vertoonden de neerslag en alle componenten van de afvoer een stijging. Het feit dat de toename in de totale afvoer vooral veroorzaakt wordt door de oppervlakkige afvoer kan er op wijzen dat de kansen op overstromingen in die periode toenamen. In de periode 1992-2009 vertoonden de neerslag en de afvoercomponenten echter een daling, een aanwijzing voor verminderde kansen op overstroming. De daling van de totale afvoer in die periode is vooral toe te schrijven aan de daling van het basisdebiet. Dat kan er dan weer op wijzen dat in die periode de verdroging toenam.
De verhoogde kansen op overstromingen en op verdroging zouden te wijten kunnen zijn aan klimatologische factoren en/of een afname van de infiltratie van de neerslag in de bodem. Maar de precieze bijdrage van die factoren kan niet gekwantificeerd worden.
Laatst bijgewerkt
November 2010