NHx levert de grootste bijdrage tot de verzurende depositie
Na de sterke daling in de jaren negentig is de verzurende depositie gemiddeld over Vlaanderen nog met 25 % afgenomen tussen 2000 en 2010. Deze positieve evolutie ligt in lijn met de daling van de verzurende emissies in Vlaanderen en omstreken (zie indicator: Potentieel verzurende emissie). De laatste jaren daalt vooral de SOx-depositie verder en volgt hiermee de trend in de SO2-emissie. Bij de NHx- en NOy-depositie is de daling minder uitgesproken. NHx levert in 2010 de grootste bijdrage aan de verzurende depositie (39 %), gevolgd door NOy (33 %) en SOx (28 %). NHx is grotendeels afkomstig van de landbouw.
In het MINA-plan 4 (2011 – 2015) werd, net zoals in het MINA-plan 3+, geen rechtstreekse doelstelling voor verzurende depositie opgenomen. Enkel de doelstellingen voor verzurende emissies tegen 2015 van het MINA-plan 4 (2011-2015) werden door de VMM doorgerekend naar een depositiedoelstelling van 1 800 Zeq/(ha.j) te behalen tegen 2015. Als langetermijndoelstelling werd in het MINA-plan 3+ een doelstelling van 1 400 Zeq/(ha.j) opgenomen. Vermits deze waarden gemiddeld over Vlaanderen nog niet werden bereikt in 2010, zijn nog inspanningen nodig bovenop de reeds doorgevoerde emissiereducties van verzurende stoffen.
Kanttekening hierbij is dat de verzurende depositie in 2010 berekend werd op basis van de meteorologische omstandigheden in 2010, gekoppeld aan de verzurende emissies van 2008. De depositieresultaten voor 2010 worden daarom onder voorbehoud weergegeven, gezien de vastgestelde daling in verzurende emissie tussen 2008 en 2010.
Verzurende depositie het hoogst in gebieden met intensieve landbouw
Ook uit de spreidingskaarten blijkt de grote daling in verzurende depositie tussen 1990 en 2010. De depositiewaarden variëren sterk binnen Vlaanderen door het effect van lokale emissiebronnen. In 2010 is de verzurende depositie het laagst in Limburg en Vlaams-Brabant. De hoogste depositiewaarden komen voor in de agglomeratie Antwerpen en in gebieden met intensieve landbouw, zoals West-Vlaanderen en de Noorderkempen.
Import van buiten Vlaanderen en sector landbouw leveren grootste bijdrage
Verzuring is voor een groot deel het gevolg van grensoverschrijdende luchtverontreiniging. Quasi de helft van de verzurende depositie in Vlaanderen is het gevolg van import. Daarom wordt de discussie over maatregelen voor emissiereductie eveneens in internationale context gevoerd.
Binnen Vlaanderen valt het grootste deel van de verzurende depositie toe te schrijven aan de sector landbouw (29 %). Transport draagt voor 9 % bij en industrie 6 %. Bij landbouw bestaat de bijdrage hoofdzakelijk uit NHx-depositie, bij transport is dit NOy-depositie en bij de industrie SOx-depositie.
Laatst bijgewerkt
December 2011