Download Pdf Print
geen 

Emissie van precursoren van PM10

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
Zowel door de uitstoot van stofdeeltjes (primair stof) als door chemische reacties die secundair stof als resultaat hebben, zweven er PM10 deeltjes in de lucht. De belangrijkste precursoren van secundair PM10 zijn NH3, SO2, en NOx. Deze indicator geeft weer hoeveel precursoren voor PM10 uitgestoten wordt, rekening houdend met de mate waarin deze gasvormige emissies kunnen bijdragen tot de vorming van stofdeeltjes zoals beschreven in De Leeuw (2002).

Figuren

Evolutie van de indicator die de bijdrage van gasvormige emissies tot secundair PM10 bepaalt per sector (Vlaanderen, 1995, 2000-2010)
Bron: MIRA op basis van EiL

Cijfers en figuur in Excel.
Evolutie van de indicator die de bijdrage van primaire deeltjesvormige en gasvormige emissies tot secundair PM10 bepaalt per component (Vlaanderen, 1995,2000-2010)
Bron: MIRA op basis van EiL

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Emissies van stofprecursoren dalen

De emissies van stofprecursoren is in de periode 1995 – 2010 is iets meer dan de helft gedaald. Tussen 1995 en 2000 werd een significante daling van de emissies bereikt, vooral door de overschakeling van aardolie of steenkool naar aardgas en het plaatsen van bijkomende rookgaszuivering in de industrie, afvalverbrandingsinstallaties (handel & diensten) en in de energiesector. Deze maatregelen hadden naast een invloed op de primaire PM10-emissies vooral een belangrijk invloed op de precursoremissies en dus ook op het secundair gevormde fijn stof. De NEC-doelstellingen tegen 2010 die vooral gericht waren op verzurende emissies, zorgden voor een daling van de stofprecursoren.
 
De bijdrage van verkeer is met 38 % in 2010 de grootste. Landbouw komt op de tweede plaats met een bijdrage van 24 % in 2010. De sectoren industrie en energie hebben elk een aandeel van respectievelijk 18 % en 11 %. De emissies van stofprecursoren zijn afgenomen in de periode 1995-2010. Het verzuringsbeleid van het afgelopen decennium ligt aan de basis van de daling. De bijdrage van de component NOx heeft het grootste potentieel om PM10 te vormen.

Bepaling van de emissie van de individuele stofprecursoren

MIRA gebruikt de emissie-data van Emissie Inventaris Lucht. De emissie-inventaris omvat de emissies van de diverse sectoren zoals industrie, energie, landbouw, bevolking (gebouwenverwarming), verkeer en vervoer, handel en diensten. Elke sector heeft zijn specifieke eigenschappen. Voor een gedetailleerde beschrijving van de emissie-inventarisatie wordt verwezen naar de jaarrapporten ‘Lozingen in de lucht’ van Emissie Inventaris Lucht.

  • Industrie, Energie, Handel & diensten: Voor deze sectoren is de inventaris van de diverse polluenten samengesteld uit een gedeelte individueel geregistreerde bedrijven (IRB’s) en een gedeelte collectieve registratie. 
  • Transportsector:  
    • wegverkeer (uitlaatemissies): het emissiemodel MIMOSA. 
    • luchtvaartverkeer: emissie berekend aan de hand van een indeling van vliegtuigtypes in verschillende vliegtuigcategorieën, soorten vluchten en emissiefactoren.
    • spoorverkeer: ingeschat aan de hand van statistische informatie zoals treinkilometers (voor personenvervoer) en tonkilometers (voor goederenvervoer), aandeel diesel (info van de NMBS). Dit alles wordt gecombineerd met diverse emissiefactoren.
    • scheepvaartverkeer: technologiemodel voor binnenscheepvaart 
  •  Gebouwenverwarming (huishoudens en tertiaire sector): De emissie van gebouwenverwarming wordt op een collectieve manier geregistreerd op basis van de energieverbruiken uit de Energiebalans Vlaanderen in combinatie met emissiefactoren.
  • Landbouw: bevat de emissie t.g.v. het brandstofverbruik opgedeeld volgens type brandstof, op basis van gegevens uit de energiebalans en de  emissie door de veeteelt (voor kippen, runderen en varkens) en de uitlaat en niet-uitlaatemissie van de landbouwvoertuigen en opwaaiend bodemstof bij bewerking van landbouwgronden.

In de loop der jaren is de atmosferische emissie-inventaris steeds verder uitgebreid, verfijnd en geoptimaliseerd volgens de continu verbeterende inzichten in bepaalde aspecten van dit inventarisatieproces. Dit alles verklaart dus waarom tijdsreeksen van emissies verschillend kunnen zijn tussen een recent rapport en een rapport van enkele jaren geleden.

Meer info

Laatst bijgewerkt

December 2011

Contactpersoon bij MIRA

Myriam  Bossuyt

Woordenboek

PM10
fractie van de stofdeeltjes met een aerodynamische diameter kleiner dan 10 µm.
Secundair stof
zwevend stof dat ontstaat in de atmosfeer door chemische reacties uit gasvormige componenten.
Verzuring
gezamenlijke effecten en gevolgen van vooral zwavel- en stikstofverbindingen (zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak) die via de atmosfeer in het milieu worden gebracht.