Zowel door de uitstoot van stofdeeltjes (primair stof) als door chemische reacties die secundair stof als resultaat hebben, zweven er PM2,5 deeltjes in de lucht. Omdat deze deeltjes heel klein zijn en diep in de longen en bloedbaan kunnen doordringen waar ze gezondheidseffecten kunnen veroorzaken, is de aandacht de laatste jaren verschoven naar deze deeltjes en worden ze ook gemeten.
Eerste Europese grenswaarden voor PM2,5
Op 14 april 2008 werd de Europese richtlijn Luchtkwaliteit 2008/50/EG goedgekeurd. Hierin werden voor het eerst grenswaarden voor PM2,5 opgenomen. De streefwaarde voor 2010 werd vastgelegd op 25 µg/m³. Deze streefwaarde wordt in 2015 een grenswaarde . Daarnaast is een indicatieve grenswaarde voor 2020 van 20 µg/m³ bepaald. Deze kan herzien worden in 2013 door de Europese commissie.
Om de menselijke gezondheid te beschermen bepaalde Europa ook grens- en streefwaarden voor de gemiddelde blootstellingsindex (GBI). Die index omvat het driejarig voortschrijdende gemiddelde van de jaargemiddelde PM2,5-concentraties in de stedelijke achtergrondlocaties van de lidstaat. In 2015 mag de GBI maximaal 20 µg/m³ bedragen. De streefwaarde in 2020 is een procentuele daling t.o.v. de GBI in 2010 waarbij de te bereiken procentueel daling afhankelijk is van de bereikte GBI in 2010.
Deze doelstelling van 25 µg/m³ tegen 2015 werd overgenomen in het MINA-plan 3+ (2008-2010) en het MINA-plan 4.
Bepaling van de PM2,5-concentratie
Om de PM2,5-fractie te meten, wordt tussen de PM10-kop en de monitor een sharp cut cyclone geplaatst die ervoor zorgt dat alleen deeltjes met een aerodynamisch diameter kleiner dan 2,5 µm worden doorgelaten.
Sinds 2000 voert de VMM PM2.5-metingen uit. Het meetnet kende de eerste jaren een uitbouwperiode zodat een consistente tijdsreeks voor het jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 voor Vlaanderen pas vanaf 2004 mogelijk is. In september 2005 legde Europa een gestandaardiseerde methode vast voor het meten van PM2,5. In 2008 rondde VMM een initiële studie voor het bepalen van de kalibratiefactor voor de automatische meettoestellen t.o.v. de Europese referentiemethode af. Door toepassing van die kalibratiefactor verschillen deze cijfers t.o.v. eerder gerapporteerde cijfers.
PM2,5-concentratie in Vlaanderen
De individuele meetstations waarvoor langere tijdsreeksen beschikbaar zijn, vertonen een licht dalend verloop. Op alle meetplaatsen ligt in 2010 de PM2,5-concentratie onder de streefwaarde van 25µg/m³. De indicatieve grenswaarde voor 2020 werd in twee van de vier meetstations, waarvoor een consistente tijdsreeks beschikbaar is, gehaald.
Sinds 2009 voert VMM bijkomende metingen uit voor de bepaling van deze GBI. Op basis van de gemiddelden van 2009 en 2010 kan een voorlopig reductiepercentage bepaald worden voor 2020 t.o.v. 2010 van 20 %. Dit is de op een na strengste reductie van voor de GBI gedefinieerd in de richtlijn Luchtkwaliteit.
Laatst bijgewerkt
December 2011