Verspreiding van zware metalen

Wat zijn zware metalen?

Het milieuthema ‘verspreiding van zware metalen’ legt de nadruk op de acht elementen die de derde Noordzeeconferentie als prioritair beschouwt: arseen (As), cadmium (Cd), chroom (Cr), kwik (Hg), lood (Pb), koper (Cu), nikkel (Ni) en zink (Zn).

Zware metalen in het milieu

De meeste zware metalen zijn van nature aanwezig in vrijwel alle bodems, in gehaltes afhankelijk van de mineralogische samenstelling van de bodems en van de optredende verweringsprocessen. Door de mens veroorzaakte verspreiding van zware metalen in het milieu gebeurt vooral via lozing in de lucht onder de vorm van stofdeeltjes en door lozing in het oppervlaktewater. Zware metalen komen op (en in) de bodem terecht door atmosferische afzetting, door het storten van afvalstoffen of het gebruik van meststoffen. Eens aanwezig in de bodem kunnen ze doorsijpelen naar het grondwater. Bindingsprocessen vertragen evenwel sterk de verplaatsing van metalen in de grond. Via afspoeling kunnen ze het oppervlaktewater verontreinigen. Zware metalen in oppervlaktewater kunnen zich snel neerzetten op het bodemmateriaal. Maar vanuit het bodemmateriaal kan een langdurige nalevering van metalen naar het oppervlaktewater optreden.

Gevolgen van zware metalen op planten, dieren en de mens

Zware metalen worden ook opgenomen door planten en dieren. Aangezien ze niet afbreekbaar zijn, worden ze in het milieu opgestapeld. De mens neemt zware metalen op door inademing of via water of voedsel (bv. groenten gekweekt in een tuin met zware metalen in de bodem). Sommige elementen zoals chroom, koper, en zink zijn in kleine concentraties onmisbaar voor de mens en voor andere levende wezens. Pas bij hogere concentraties zijn zware metalen toxisch.

De Themabeschrijving Verspreiding van zware metalen geeft meer uitleg bij het thema met onder meer een overzicht van de belangrijkste eigenschappen, toepassingen en effecten van de verschillende zware metalen.