Doelstelling gemiddelde benzeenconcentratie gerespecteerd
Benzeen is een kankerverwekkende vluchtige organische stof, die als ozonprecursor ook een rol speelt in de fotochemische luchtverontreiniging. De benzeenconcentratie in omgevingslucht wordt gemeten in 8 meetstations in Vlaanderen, verdeeld over stedelijk, industrieel en niet-stedelijk gebied.
Tussen 1997 en 2010 daalde de gemiddelde benzeenconcentratie met 57 %. De benzeenconcentratie daalde vooral tussen 1997 en 2000 en steeg daarna licht tot 2003 (in industriegebied tot 2006). Nadien nam de concentratie terug af tot gemiddeld 0,94 µg/m3 in 2010, een stuk onder de doelstelling voor 2010 van 5 µg/m3 van de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG). Deze doelstelling is gebaseerd op een richtwaarde afgeleid door de Wereldgezondheidsorganisatie. Er wordt vanuit gegaan dat dit de hoogste benzeenconcentratie is waarbij geen schadelijke effecten te verwachten zijn als de algemene bevolking er levenslang aan blootgesteld is.
De aanzienlijke daling van de benzeenconcentratie is in hoofdzaak te danken aan de beperking van benzeen in benzine van 5 vol% tot 1 vol% (richtlijn 98/70/EG) en de opname in VLAREM van Damprecuperatie fase I (damprecuperatie bij laden en lossen van tankwagens in opslagtanks) en fase II (damprecuperatie tussen autotank en ondergrondse opslagtank) voor benzinetankstations (sector handel & diensten) op basis van richtlijn 94/63/EG.
In de stedelijke gebieden is de benzeenconcentratie nog steeds het hoogst door het drukke verkeer. Hier treedt wel de duidelijkste daling op, namelijk 41 % in 2010 t.o.v. 2003. De laatste twee jaar is er in alle gebieden opnieuw een lichte stijging.
De belangrijkste emissiebron voor benzeen is het wegverkeer (67 %), gevolgd door de industrie (23 %). Tussen 2009 en 2010 daalde de benzeenemissie in Vlaanderen met 14 %, hoofdzakelijk door de daling van 21 % bij het wegverkeer.
Laatst bijgewerkt
December 2011