Verontreiniging neemt af maar nog steeds vaak normoverschrijdingen
De meetresultaten voor de periode 2008-2011 geven aan dat 61 % van de meetplaatsen geen afwijking vertoont ten opzichte van de referentiewaarde voor PCB’s en dus beschouwd wordt als niet verontreinigd. 17 % van de meetplaatsen is licht verontreinigd, 12 % is verontreinigd en 10 % is sterk verontreinigd.
Individuele PCB’s geven vaak aanleiding tot overschrijding van de normen. Voor enkele PCB’s is dat zelfs in ongeveer de helft van de onderzochte waterbodems het geval.
De monitoring van de waterbodemkwaliteit loopt al meer dan tien jaar en heel wat meetplaatsen zijn in die periode al meer dan eens bemonsterd. Om na te gaan in welke mate de waterbodemkwaliteit in die periode evolueerde, werden de 240 meetpunten geselecteerd die zowel in de periode 2000-2003, 2004-2007 als in 2008-2011 bemonsterd werden. Het percentage sterk verontreinigde meetplaatsen is ongeveer gehalveerd, terwijl het percentage niet of licht verontreinigde waterbodems toenam.
Verbeteringen van de waterbodemkwaliteit kunnen verschillende oorzaken hebben:
- verwijderen van sediment (al leidt sanering niet altijd tot een verbetering van de waterbodemkwaliteit omdat de historische verontreiniging soms diep in de waterbodem is doorgedrongen);
- door verminderde lozingen van toxische stoffen is de nieuw gevormde waterbodem - met andere woorden de bovenste sedimentlaag – minder vervuild;
- door de gewijzigde fysisch-chemische kwaliteit van de waterkolom, bijvoorbeeld hogere zuurstofconcentraties, kan nalevering van toxische stoffen vanuit de waterbodem naar de waterkolom optreden.