De indicator Druk op het waterleven door gewasbescherming weegt de jaarlijks verkochte hoeveelheid per gewasbeschermingsmiddel naar toxiciteit voor waterorganismen en verblijftijd in het milieu, en wordt uitgedrukt als de som van de verspreidingsequivalenten (∑Seq). Het is dus een maat voor de risico’s voor het waterleven verbonden aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het MINA-plan 3+ (2008-2010) beoogt een reductie van 50 % in 2010 ten opzichte van 1990.
Indicatorwaarde schommelt rond doelstelling
Sinds 2002 schommelt de indicatorwaarde rond de doelstelling. In 2008 werd ze net gehaald (reductie van 52 %). De druk op het waterleven is dus sterker gedaald dan het totale gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Bovenop de oorzaken die de evolutie van het totale gebruik verklaren, is er immers het federale beleid dat er op gericht is de meest toxische middelen uit de handel te nemen. In de daling van 2001 naar 2002 speelt het verbod op lindaan (insecticide) bijvoorbeeld een belangrijke rol. Het recente verbod op paraquat (herbicide) is de belangrijkste oorzaak van de daling van 2007 naar 2008.
In 2008 bedroeg het aandeel van de tuinbouw, akkerbouw en niet-landbouw in de druk op het waterleven respectievelijk 72, 24 en 4 %. De druk op het waterleven door gewasbescherming buiten de landbouw is het sterkst gedaald.
Laatst bijgewerkt
November 2010