Gunstige evolutie, enkele probleemstoffen
82 % van de meetplaatsen, bemonsterd in de periode 2007-2010, vertoonde geen afwijking t.o.v. de referentiewaarde voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCP’s) en wordt in deze beoordeling dus als niet verontreinigd beschouwd.
Toch zijn er enkele stoffen die erg vaak de norm overschrijden. Zo wordt de norm voor enkele afbraakproducten van DDT (insecticide) in meer dan de helft van de meetplaatsen overschreden. Hexachloorbenzeen (fungicide) komt bijna overal voor in concentraties boven de norm.
De monitoring van de waterbodemkwaliteit loopt al meer dan tien jaar en vele meetplaatsen zijn in die periode al meer dan eens bemonsterd. Om na te gaan in welke mate de waterbodemkwaliteit in die periode evolueerde, werden de 223 meetpunten geselecteerd die zowel in de periode 2000-2003, 2004-2007 als in 2008-2010 op OCP’s bemonsterd werden. Het percentage meetplaatsen met een verontreinigde of sterk verontreinigde waterbodem is gehalveerd.
Verbeteringen van de waterbodemkwaliteit kunnen verschillende oorzaken hebben:
- verwijderen van sediment (al leidt sanering niet altijd tot een verbetering van de waterbodemkwaliteit omdat de historische verontreiniging soms diep in de waterbodem is doorgedrongen);
- door verminderde lozingen of gebruik van toxische stoffen is de nieuw gevormde waterbodem – met andere woorden de bovenste sedimentlaag – minder vervuild;
- door de gewijzigde fysisch-chemische kwaliteit van de waterkolom, bijvoorbeeld hogere zuurstofconcentraties, kan nalevering van toxische stoffen vanuit de waterbodem naar de waterkolom optreden;
- bestrijdingsmiddelen worden ook afgebroken, al kan dat bij sommige stoffen vele jaren duren (bijvoorbeeld DDT).
Laatst bijgewerkt
November 2011