Indien het fosforgehalte in de landbouwbodem hoger is dan de streefzone, kan bespaard worden op de bemestingsdosis. Bij overmatige bemesting zal fosfaat zich ophopen in de bovenste lagen van de bodem tot een welbepaalde vastleggingscapaciteit bereikt is. Daarna treedt fosfaatdoorslag naar de diepere bodemlagen op en dus ook naar het grondwater. Via grondwaterkwel kan dit ook de kwaliteit van oppervlaktewater beinvloeden. Dit leidt tot negatieve effecten voor de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater.
Trendbreuk?
Tot 2007 steeg het aandeel akkerpercelen met fosforgehalte boven de streefzone. Bij het gebruik van dierlijke mest, was de gangbare landbouwpraktijk vooral gericht op de stikstofgift. Zo gaven landbouwers vaak automatisch te veel fosfor ten opzichte van de fosforbehoefte van het gewas.
De daling sinds 2008, zowel bij akkerland als weiland, is een gunstige evolutie. Dit is veroorzaakt door de prijsstijging van kunstmest en door de gewijzigde mestwetgeving. Sinds 2007 is het toedienen van fosfaat-kunstmest verboden, op enkele uitzonderingen na. Daarnaast zijn ook de normen voor fosfaat uit dierlijke mest aangescherpt. Aangezien er een rechtstreeks verband bestaat tussen fosfaatbemesting en de fosfaattoestand van percelen, heeft een verminderde fosfaatbemesting geresulteerd in een lagere fosfaattoestand van de Vlaamse landbouwpercelen. De gebieden met intensieve veeteelt liggen overwegend in de gebieden met een hoge fosfaattoestand.
Laatst bijgewerkt
November 2010