Bereikbaar en aantrekkelijk groen verhoogt de kwaliteit van het stedelijk milieu en de leefbaarheid van de stad. Elke groene ruimte heeft een aantrekkingszone (functieniveau) die overeenkomt met de gemiddelde afstand die bezoekers willen afleggen om een bepaalde groene ruimte te bezoeken. Deze aantrekkingszone verschilt naargelang de oppervlakte van de groene ruimte. Zo heeft een buurtpark (buurt als aantrekkingszone) een veel lagere oppervlaktenorm dan een stadspark (hele stad als aantrekkingszone). Aalst, Antwerpen, Brugge, Gent, Kortrijk en Leuven werden onderzocht.
Het Vlaamse groenbeleid (departement LNE) beoogt dat elke stadbewoner minstens 1 groene ruimte op elk functieniveau (buurt, wijk, stadsdeel, stad, stadsrand) binnen bereik heeft. Het Vlaamse bosbeleid beoogt voor elke stadsbewoner een stadsrandbos binnen bereik.
In 2003 hadden nagenoeg alle inwoners van de onderzochte centrumsteden stads- en stadsrandgroen binnen bereik. Op stadsdeelniveau had echter enkel in Aalst iedere inwoner minstens 1 groene ruimte binnen bereik. Vooral in Kortrijk en Gent waren er tekorten. In alle steden ontbrak groen op wijkniveau. Het probleem stelde zich des te scherper waar de tekorten op buurt- en wijkgroen samenvallen. Opvallend is dat de grote steden (Antwerpen en Gent) beter scoorden voor wijkgroen dan de regionale steden, met uitzondering van Brugge.
Laatst bijgewerkt
December 2005