Het gebruik van voertuigen genereert een belangrijke emissie van broeikasgassen en stofdeeltjes in onze atmosfeer. Verschillen in verplaatsingsgedrag tussen het stedelijk milieu en het buitengebied beïnvloeden dan ook de vervuilingsdruk als gevolg van verplaatsing.
Verschillen in stedelijkheid worden gedefinieerd op basis van bevolkingsdichtheid. De indicator voor de afgelegde afstand is het gemiddeld aantal kilometer per persoon per dag en modi (auto, fiets, bus, tram, metro, trein, te voet).
In tegenstelling tot het aantal verplaatsingen kunnen we geen verband waarnemen tussen de bevolkingsdichtheid van het woongebied en het aantal kilometer die een persoon per dag aflegt. De afwezigheid van een correlatie tussen de afgelegde afstand per auto en de bevolkingsdichtheid kan verklaard worden doordat het autogebruik onafhankelijk is van de afstand tot het doel: Vlamingen nemen de auto voor alle afstanden, gaande van 100m tot 800 km. De fietsafstanden zijn het langst in stedelijke gebieden, terwijl enkel in weinig stedelijke gebieden minder lange afstanden te voet worden afgelegd. BTM (bus-trein-metro) afstanden zijn het langst in zeer stedelijke gebieden.
Laatst bijgewerkt
December 2005